is toegevoegd aan uw favorieten.

Documenten betreffende de buitenlandsche handelspolitiek van Nederland in de negentiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTOOGEN OVER DE TARIEFWETGEVING

mededeeling; zoo spoedig het belang der zaak zulks toelaat, te beantwoorden en gelegenheid te geven to^ onderhandelingen, tengevolge waarvan de min gunstige maatregelen, die van de Fransche zijde bereids plaats vinden of van de Nederlandschen eerlang genomen mogten worden, onverwijld zouden kunnen worden ingetrokken en buiten effect gesteld.

2e. Pruissen.

Dat uit eene vergelijking van het nu vastgestelde tarief met het Pruissische dadelijk in het oog zoude vallen hoeveel bevordelijker het eerste was aan den onderlingen handel en verkeer en speciaal aan het transit en hoe vele termen er dus waren voor de toepassing dezerzijds van het beginsel van wederkeerige belasting en bezwaar; dat echter U. M. geene zwarigheid maakte van aanvankelijk te verklaren, dat H. D. nimmer dan met leedwezen de bevoegdheid te baat zoude nemen, bij art. 9 des nieuwen tariefs omschreven, en dat, welke ook de maatregelen mogen zijn, welke U. M. dientengevolge in het belang van zijn rijk oorbaar vinden zal te bevelen, H. D. nu voor alsdan en ten allen tijde verstaan wil worden de voorkeur te geven aan schikkingen, eenen milderen geest ademende en, volgens de lessen eener niet twijfelbare ondervinding, tot blijvend voordeel der wederzijdsche onderdanen uitloopende; dat U. M. deze verklaring met des te meer vertrouwen rigt tot het kabinet van Berlijn, daar H. D. weinige jaren geleden bij hetzelve de duidelijkste blijken van eene gelijksoortige gezindheid heeft mogen ontwaren, toen het ontwerp om tusschen beide staten een handels-traktaat tot stand te brengen, spoedig eenen zoodanigen graad van rijpheid verkreeg, dat men wederzijds overging tot de benoeming van gevolmagtigden; dat, hoewel omstandigheden buiten het bereik van U. M. de voortzetting van dat werk tot dusverre hebben verhinderd, H. D. echter een groot belang in hetzelve blijft stellen en niets Bever verlangt dan zich deswege met het Pruissische gouvernement rond en openhartig te verstaan.

3e. Rusland.

Dat U. M., zich herinnerende hoe gunstig Z. M. de keizer zich menigmalen over de maatregelen heeft uitgelaten, die, door begunstiging van handel en onderling verkeer, het meest geschikt