is toegevoegd aan je favorieten.

Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALMVERTALING

(3) Heer, ick sal in rust end vrede,

Mijn woonstede Houden in dijn hut altoos. Ende mijnen toevlucht nemen

Tot der schemen1) Dijner vleugels, schadeloos.

(4) Want du hebst doch mijne reden

End gebeden, O God, gunstich aengehoort, End der genen erf2) gegeven,

Die daer leven In dijn vreese, nae dijn woort.

(5) Dijnen Coninck salstu sparen

Jaer op jaren, End verlengen breet end wijt, Van geslachten tot geslachten

(Mits dijn crachten) Ja oock eewlick, sijnen tijt.

(6) Hy sal in sijn rijck beclijven, *)

End vast blijven Voor den Heere menig jaer: Heer, bereyd trou end genade,

Die van schade End van ong'luck hem bewaer.

(7) Ick sal met gesang bequame,

Dijnen name Seggen lof end eeuw'gen danck, Ende daglicx sonder dralen

Dy betalen Mijn geloften vrij end vranck. c. Fragment naar de vertaling van D a t h e e n : (Psalm 2a). I.

Waerom verlaet gy my, mijn Godt, mijn Heer: Verr' is uw' hulp, doch ben ick benauwt seer; Verre hebt gy mijn klachten versteken,

Die my uytbreken. Des daeghs aenroep ick u uyt 's herten gronde Nochtans antwoordt gy my tot geener stonde; Ende des nachts laet ick niet af van klagen,

Seer verslagen.

2.

Doch, Heer, gy zijt die Heylig' evenwel, Die daer woont onder uw volk Israël,

*) De schaduw. 2) Erfdeel. *) Voortduren.

291