is toegevoegd aan je favorieten.

Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

296

VII DE RENAISSANCE: VOORBODEN

„ottava" (abab abab) en de Toscaansche „rispetto" (cd cd cd). Door een samenvoeging van „ottava" en „rispetto" ontstond het veertien-regelige sonnet, toen onder invloed van de kunstpoëzie de eenvoudiger rijmschikking omgezet werd in de „ottava" en een nieuw, derde rijm in de „rispetto" ingevoerd. Zoo werd de rijmschikking: a b b a abba ede ede, later weder door de modernen op allerlei wijzen gevarieerd.

B. Van uit Italië bereikte de Renaissance Frankrijk. Terwijl aanvankelijk de Fransche Troubadours levenwekkend waren geweest voor het Italië vóór Dante, ondervond Frankrijk weldra, omgekeerd, den invloed van Italië. Reeds in de 14e Eeuw (1291—1361) was het dat Philippe de V i t r y, met Petrarca bevriend en door dezen „poëta nunc unicus Galharum" genoemd werd.1)

Naast dezen en andere dichters, als Eustache Dechamps, ontstond in Frankrijk de z. g. Bourgondische Dichterschool, wier schrijvers zich den naam van „rhetoriquers"2) gaven. Met name zij hier te noemen Christine van Pisa, omdat zij een zwakken weerglans van de Italiaansche letterkunde in haar werk heeft, en anderzijds Jean Molinet, de vervaardiger van een boek over poëtiek, dat alleen hier vermeld wordt, omdat hij de bron is geweest voor M a t thijs de Castelein's Const v. Re to rijken ten onzent.s)

Meer vermeldenswaard dan deze rederijkers, die waarlijk het nieuwere, in den zin van Dante en Petrarca, niet brachten, zijn uit denzelfden tijd Charles d'Orléans en Francois Villon (1431—na 1463), dichters van beteekenis in het koninkrijk Frankrijk, die zich beiden door het schrijven van een aantal verdienstelijke balladen en rondeaux onderscheidden.

Vooral in de energieke, satyrische verzen van den laatste, zwierig van gang en rhythme, hoort men den nieuwen tijd naderen.

De verbindingsschakel tusschen de Bourgondische school

*) Nu de eenige dichter der Franschen.

2) rede-kunstenaar. Van rhetorique, de leer der welsprekendheid.

3) Zie § 42, 13.