Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•482

De kerk brandde in 1862 af en is in 1865 door een nieuwe vervangen1). In 1844 is Usselo er als afzonderlijke kerkelijke gemeente van afgescheiden2).

Er stond een gasthuis met kapel 3).

Losser (dat. — re), een dochter van Oldenzael4), werd in het 2e kwart der 12e eeuw aan het kapittel te Deventer geschonken5), doch behoorde later aan dat te Oldenzael6) en omvatte alleen het deel der burgerlijke gemeente bezuiden de Bethlehemsche beek, doch is na de hervorming 7) vergroot met Lutte»). Er wordt alleen Honichloe in genoemd9). De kerk is in 1672 afgebrand, daarna herbouwd en in 1812 door een nieuwe vervangen 10).

Aldezael (dat. Aldenzele), later Oldenzael (S. Silvester, later S. Plechelmus), dagteekent, indien de traditie waarheid bevat, dat ze door haar lateren patroon S. Plechelmus gesticht werd, uit de 8e eeuw n) en was dus waarschijnlijk de moederkerk van Twente. Ze behoorde aan en was waarschijnlijk geïncorporeerd ") bij het S. Plechelmus-kapittel, dat sedert 954 in de kerk gevestigd was*2), en waaraan daarenboven behoorden de kerken van Losser, Roderwolde en Diever (met haar dochterkerken). Vóór de stichting der parochie Weerselo omvatte ze vermoedelijk de beide tegenwoordige kerkelijke gemeenten Oldenzaal en Weerselo , d. i. de burgerlijke gemeenten Oldenzaal, Weerselo en Losser benoorden de Bethlehemsche beek behalve Beuningen en de Mettelhorst; doch na de hervorming is Lutte overgegaan van

1) Van Alphen 515.

2) Ib. 518.

3) Over. Tijdr. Reg. IV 426 (a°. 1485).

4) Hist. Ep. Daventr. 69. .

O Ib 30, waar vermoedelijk i. p. v. Luckere Lothere te lezen is, in verbandmet den naam van den laatsten getuige Theodoricus de Lothere in het stuk van 1176 (ibidem); Brom, Reg. Utr. n°. 376.

6) Geerdink 1.1. 317- ''

7) Zie beneden 483.

8) Van der Aa VII 446.

9) Over. Tijdr. Reg. IV 72 (a°. 1457).

10) Van der Aa VII 446/7. ' *J 1 „it

11) Hiermede stemt overeen het Calendarium van het Oldenzaalsche kapittel, uitgegeven door pastoor E. Geerdink in Areh. Aartsb. Utr. XV .28 sqq. (ef. III 419); cf. Geerdink 1.1. 2; Moll I 127, 272.

12) Zie boven 54.

Sluiten