Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496

§ 163. De Pausen tegenover het absolutisme.

die veel te veel onder den invloed der onkerkelijken stond. Om den vrede te bewaren stond hij kort voor zijn dood de visitatie der toen reeds zeer vervolgde Sociëteit van Jezus toe aan het gewillig werktuig harer bitterste vijanden, kardinaal Saldanha, patriarch van Lissabon. De Paus voorzag niet wat noodlottige gevolgen deze daad zou hebben.

3°. Tijdens de regeering der twee volgende Pausen moest alles wijken voor de vervolging en opheffing der Sociëteit van Jezus'). Door den vromen en echt religieuzen geest harer leden, dpor haar heilzame werking op elk kerkelijk gebied steeg de Sociëteit in alle katholieke landen tot hoogen bloei en machtigen invloed. Maar ook aan vijanden ontbrak het haar niet. Hiertoe behoorden vooreerst de protestanten van elke belijdenis,' de Jansenisten en de met deze verwante parlementsleden en Sorbonnisten in Frankrijk, tal van staatslieden, die in de Jezuïeten de krachtigste verdedigers der Pauselijke rechten erkendén, ijverzuchtige geleerden en leden van enkele orden, letterkundigen en philosofen, die met ongekende en altijd stijgende woede zich verhieven tegen Kerk en staat. Naarmate het aantal der laatsten groeide en in de XVIII eeuw de vrijzinnige en goddelooze ideeën zich verspreidden, des te heftiger werd de vervolging der Jezuïeten. Zoolang de vorsten met helderen blik en krachtige hand bestuurden, bleef de laster machteloos tegen de onloochenbare verdiensten der Sociëteit. Zeer gevaarlijk werd echter haar toestand, toen machtige anti-kerkelijke ministers de kortzichtige en zwakke vorsten beheerschten. De Jezuïeten beschuldigde men van Pelagianisme, lakse moraal, misbruik der biecht, streven naar wereldlijke macht, inmenging in de politiek, ongehoorzaamheid aan de pauselijke decreten, verachting der bisschoppen, trots, hebzucht en meer andere misdrijven, „zonder ooit meer dan enkele, gedeeltelijk verdichte, gedeeltelijk overdreven, en slechts

') Duhr, Pombal, Freiburg 1891. Duhr, Jesuïtenfabeln, III Aufl., Freib. 1899, S. 381 ff. De Ravignan, Clément XIII et Clément XIV, Paris 1854. Cordara S. J., in Döllinger, Beitrage zur politischen und kirchl. Kulturgesch. der 6 letzten Jahrh. Regensburg—Wien 1862—1882, III, S. 3-/4- (Le Bret), Sammlung der merkwürdigsten Schriften, die Aufhebung des Jesuïtenordens betreffend, Frankf. 1773, Bd- 1—4. Theiner, Clementis XIV P. M. epistolae et brevia selectiora, Parisiis 1852. AUxandre Brou, Les Jésuites et la Légende, Tom. II, Paris 1907, p. 125 ss. Hafkemeyer S.J., Gesch. der Jesuiten in Portugal aus Handschriften von Chr. G. von Murr, Freiburg 1909. Rosa S.J., I Gesuiti, Roma 1914.

ft

Sluiten