Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

763

schisten in het Fennema-gébergte, hoewel de scheidingslijn van beide reeksen bijna loodrecht staat op die richting.-

Dit brengt ons tot de belangrijke gevolgtrekking, dat de oudste en de jongste plooiing blijkbaar loodrecht op elkaar staan, terwijl de daartusschen plaats gehad hebbende na-eoceene plooiing met hare strekkingsrichting N.300 W.— W.jo°N. ongeveer juist het. midden houdt.

De rivier met troebel geelbruin water had al deze gesteenten gebruikt om haar geul dieper in het gebergte uit te slijpen; grof bonkig conglomeraat, waarin ook de porfierische graniet, was aan den rechter oever achtergebleven als restanten van rolsteenbanken, toen de Belanta nog op zooveel hooger peil stroomde. De porfierische graniet moet uit het O. afkomstig zijn, doch opvallend was het, dat geen der effusiefgesteenten, welke in de S. Malei waren gevonden, de Bada-depressie verlaten bleken te hebben: een bewijs te meer voor den vroegeren meertoestand dier depressie.

Het pad ging tot 660 M. omhoog door het bosch, terwijl de rivier 40 M. diep beneden ons stroomde. Bijna s/4 K.M. vóór de Kageroavlakte vonden wij losse blokken van granietgneis (1314, met eigenaardigen sterken glasglans van de donkere bestanddeelen, in lensvormige donkere en witte partijen regelmatig 1 m.M. dungelaagd), biotietgneis (1313, met breede biotietrijke en witte partijen in elkaar geplooid, waardoor verdikkingen en afsnoeringen zijn ontstaan, en met wrijvingsvlakken, evenals het vorige gesteente uit graniet ontstaan), en vooral veel van amfiboolgneis (1312, papierdun tot 1Lc.M. dik, zeer fraai gelaagd door witte en zwarte lagen). Uit deze gesteenten bestaat blijkbaar de vaste rots. Het gesteente aan den linker oever was loodrecht en horizontaal gespleten, en deed aan graniet denken, welke door sterken druk gelaagd is geworden.

Wij waren in een aardkorstgedeelte, waar graniet en gneis wederkeerig in elkaar overgingen; en, in verband met onze, zich later bij de bestudeering der waarnemingen vormende zienswijzen over de tektoniek van Midden Celebes, moesten wij tot de gevolgtrekking komen, dat de insnijding der Belanta tot een oorspronkelijk zeer diep gelegen niveau in de aardkorst gedaald is. De biotietgneis wees op een gesteente, dat uit de „zone of flowage" door de „zone of fracture" aan den dag is gekomen. Ik herinner hier weder aan de zienswijze van de verhouding der Molengraaff- en ./^««««a-gebergten als die van een antiklinale massa tot haar oostelijken vleugel (hoofdstuk IX).

Sluiten