is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vennootschap (Naamlooze).

zijn, maakt het niet naleven door het bestuur van de Statutaire voorschriften omtrent voorafgaande aankondiging van den dag der te houden algemeene vergadering, een door de gezamenlijke aandeelhouders dier vennootschap gehouden algemeene vergadering niet tot een onwettige.

HGHof 19 Augustus 1909. T. 93, blz. 377.

5. Een naamlooze vennootschap houdt niet op te bestaan door het samenkomen van alle aandeelen in één hand.

HGHof 33 September 1909. T. 94, bis. 35.

6. Van een vennoot, die nalatig is in het volstorten zijner aandeelen, kan, daar zijne verbintenis niet voortspruit uit onrechtmatige daad, doch een zuivere verbintenis tot voldoening eener geldsom is, geen andere schadevergoeding worden gevorderd dan die bestaande in de wettelijke interessen, loopende van den dag waarop het geld in de vennootschap had behooren te zijn ingebracht.

RvJ. Batavia 8 April 1910. W. 3440.

7. Waar bij de statuten eener Naamlooze Vennootschap is bepaald, dat de liquidatie moet geschieden door het bestuur en dat bestuur bestaat uit twee commissarissen en een directeur en bij tijdelijke afwezigheid of ontstentenis van den directeur uit de twee commissarissen, van wie één als directeur optreedt, moet, indien na het overlijden van den directeur, terwijl nog niet in de vacature is voorzien, door de algemeene vergadering van aandeelhouders tot liquidatie wordt besloten, die vereffening geschieden door hen, die op dat oogenblik het bestuur uitmaken, d.w.z. door de beide commissarissen.

Ook al neemt men aan dat een onvoltallig bestuur niet mag liquideeren, dan kan toch de vereffening, die ingevolge art. 56 Kh. door de bestuurders moet geschieden niet worden opgedragen aan personen buiten het bestuur staande, doch moet eerst het bestuur, op de bij de statuten voorgeschreven wijze, voltallig worden gemaakt.

HGHof 11 Augustus 1910. T. 96, bis. 318, W. 2439.

8. Een overeenkomst, volgens welke een der partijen op naam staande aandeelen in een naamlooze vennootschap zou koopen en betalen met gelden, haar daartoe door de wederpartij verstrekt, die aandeelen op haar naam zou doen overschrijven, doch de voordeden voortvloeiende uit het bezit daarvan aan de wederpartij zou uitkeeren, tot wier bate die aandeelen in werkelijkheid zullen behooren, geeft laatstgenoemde wel het recht van zijn medecontractant of diens erfgenaam medewerking tot overschrijving dier aandeelen op zijn naam te vorderen, doch is voor derden