is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij waren hun bewegingsvrijheid kwijt. Hun goederen waren nog grootendeels Stichtsch, maar zij zelf waren tot Hollandsche edelen vervormd. Later werden zij blijkbaar als volmaakt getemd beschouwd; de graaf nam Gijsbrecht en Herman op in zijn raad. Bijna een hoonend bewijs van vertrouwen en het heeft de knauw, die 's graven gewetenlooze staatkunde hun toegebracht had, niet geheeld.

Floris bleef den elect als zwak nabuur waardeeren en toen in 1290 de paus aanstalten maakte om hem af te zetten, heeft hij redelijk zijn best gedaan om hem op zijn plaats te houden, maar erg miste hij hem niet, toen dit eenmaal mislukt was. De nieuwe bisschop Jan v. Sierck (129Ï—'96) hield een schuld bij hem, die bjrj binnen zekere grenzen houden, maar niet delgen kon; de sloten dienden ook nu, schoon minder geregeld, alspandobject; de stad Utrecht bleef den graaf trouw en Jan v. Sierck kon weinig anders doen dan conflicten vermijden. Buiten de Amstelsche en Woerdensche goederen zijn ten slotte ook nog Bodegraven en Oudewater voor goed bij Holland gekomen.

Inmiddels had het graafschap zich ook naar het N. belangrijk uitgebreid. In '82 had Floris weer, maar nu minder onbekookt, dan ïo jaar eer, een tocht tegen de W.Friezen ondernomen. Evenals waarsch. zijn vader in '54 trok hij over zee naar Drechterland. De breede waterbaan was veiliger dan de smalle polderdijken. Doch hij toonde ook te begrijpen, dat verslaan en plunderen maar een begin kon zijn. Nadat het tijk van zijn vader teruggevoerd en het eerbrengend krijgswerk verricht was, stelde hij zich in postuur om den neergeworpenen het opstaan te bemoeilijken. Niet gemakkelijk ging dit; uit het onderwerpingscontract van de Wieringers in '84 blijkt, dat deze nog door een oproerige streek van hun nieuwen heer gescheiden waren. In het O., eerst te Wijdenes daarna te Medemblik, werden sterkten gebouwd, eenige andere in het W. bij de Kennemergrens, en van een hevige overstrooming in den winter '87/'88, die de Friezen een tijd lang de mogelijkheid tot gezamenlijk verzet benam, maakte hij gebruik om hen nog meer te benauwen. Toen doofde de lust tot weerstand in een algemeene mismoedigheid. De verdragen, waarbij de W.Friesche gemeenten, ook Texel, Floris als heer aannamen, zijn alle van begin '89 .Hiermee had hij, wat zijn vader begeerd had. Niet alleen het land: hem beloofden de W.Friezen ook de tienden,