is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Les origines de la neutralitê de Belgique et le système de la barrière (Paris, 1902); Preusz, Wilhelm von England und das Haus Wittelsbach im ZeüaUer der spanischen Erbfolgefrage, I (Breslau, 1904; het inl. ged. hiervan); Kaeber, Die Idee des europdischen Gleichgewichts in der publixistischen Literatur vom 16 bis sur Mitte des 18 Jahrhunderts (Berlin, 1907).

|. 7. De strijd om het bestaan in 1672 en 1673.

Zoo menige staat, als zoo menig individu, heeft in zijne ontwikkeling een crisis door te maken, waarbij het om zijn leven of althans om zijn leefwijze zooak de betrokkene dit verkiest, gaat. Aldus Frankrijk in de 15e, Pruisen in de 18e, Duitschland in de 20e eeuw; aldus Nederland in 1672. De volkskracht is onder leiding van Willem III; eerst zeer krachtig door De Witt gesteund, groot genoeg gebleken, om de crisis te doorstaan. Toch was zij niet zoo frisch als honderd jaar vroeger. Er waren, heeft Willem III na de overwinning gezegd, ook in Holland steden, die zich bij een aanval op hare muren niet ten besten verdedigd zouden hebben. Men treft echter ook zeer vele voorbeelden van goeden burgerzin en opofferingsgezindheid aan. De strijd was zeer zwaar, de vijand te land zoo overmachtig. En meerderen stonden tegenover één. Wij kregen alleen eenige hulp van Spanje krachtens een in het voorjaar van 1672 met den zeer doortastenden landvoogd in België, den graaf deMonterey, getroffen overeenkomst, uitbreiding van het verdrag van 1671. Ook de groote keurvorst koos nu onze zijde ; bij een in Mei met de Staten gesloten verdrag zegde hij tegen subsidiën hulp toe, maar deze legde niet van den aanvang af gewicht in den schaal. Daar entégen ging Zweden geheel naar Fransche zijde over: het verplichtte zich in April tegen aanzienlijke subsidiën tot neutraliteit met de belofte, om aan den oorlog deel te zullen nemen, indien Denemarken of een Duitsch vorst Nederland te hulp mocht komen.

De aanval kwam zeer snel op. Louvois, de Fransche minister van oorlog, had van langer hand zijne toebereidselen kunnen -treffen en groote voorraden opgehoopt in het Kevüsche gebied, -waar den bondgenoot eenige vestingen (o.a. Bonn en Neusz) ten gebruike waren afgestaan. De munitie was voor een deel van uit Amsterdam zelf geleverd. In Mei trok het leger van ± 120.000 man onder persoonlijk bevel van Lodewijk XIV, bijgestaan door

is