is toegevoegd aan je favorieten.

Rome onder Clemens VIII (Aldobrandini) 1592-1605

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wellicht ook dergelijke corpora delicti van propaganda in de maak waren.

Nadat deze beweging in het jaar 1601 verboden was, lezen wij'' toch weer kort daarna, dat prentjes in omloop gebracht waren, vooral onder de vrouwen der congregatie, maar dat die ook weer afgenomen werden.

Te beginnen met het jaar 1602 wendden de Jezuïeten zich vooral tot de beeldende kunst en de muziek, en trokken de menigten naar hunne kerk: den Gesü, die van binnen met de mooiste schilderwerken uitgedost was en weerklonk van heerlijke muziek. Het is dan ook in het volgende jaar, dat wij vermeld vinden, dat, wat aantrekkelijkheid betreft, de kerk, die van het Carneval kon nabijkomen. Met hunne uitstallingen van kostbaar zilver, met hunne muziek en redevoeringen van beroemde predikers (onder hen niemand minder dan Baronius) waren zij in staat de menschen van het Corso in hun kerk te brengen. Tot laatste belooning kreeg het pubhek met Paschen eene groote nabeelding van het Heilige Graf in Jeruzalem te zien.

Het Concilie van Trente met al zijne voorschriften en een pauselijke bul van Sixtus V tegen weelde in kleeding en dergelijke, die ik al eens genoemd heb, oefenden een sterke werking op het openbare leven uit.

In het jaar 1594 wordt het besluit doorgedreven: „dat in de concerten in de kerken geene luiten, noch eenig ander instrument dan het orgel geWuikt mogen worden, en dat de monniken geen kerkelijke muziek mogen componeeren, terwijl ook madrigalen en andere wereldsche muziekstukken in de kerken verboden worden". Ook wordt gezegd, dat de geestelijken voortaan geen kleedingstukken uit zijde vervaardigd mogen dragen en terug moesten keeren tot de lange mouwen van vroeger.

Met den vöorheerschenden, reeds vaak door mij genoemden, strengen Spaanschen invloed in het openbare leven in zijne uiterlijke vormen en de voorschriften van den strengen paus Montalto Peretti: Sixtus V, was er maar heel weinig gelegenheid gelaten om in de Weeding pracht en weelde ten toon te spreiden. Buitenen binnenlandsche beweegredenen zijn dus verantwoordelijk voor den eenvoud in kleedij, dien wij in portretten'Om en nabij het jaar 1600 en in de costuum-groepen in de fresco's der Vaticaansche Bibliotheek opmerken. Iets dergelijks in een gefanta-