is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op uitbreken. Andere zorgen gingen vóór die in Japan, zoolang dit land nog geregeld 10.000 pikols koper leverde. Met deze nieuwe basis gaf van Imhoff nu twee hoofdgedachten uit zijn Consideratiën eenvoudig prijs.

De eerste van deze was, dat een voorname eisch om tot verbetering te komen bestond in een duidelijke en reëele wijze van rekenen ; de tweede, dat een goed middel om meer staaf koper te krijgen was, de prijs ervan te verhoogen. Bij de door van Imhoff ingevoerde rekenwijze sloot het Kantoor zelf jaar op jaar met verhes; daarentegen bracht het er vandaan gehaalde koper geweldige winsten aan. De toestand vertoonde dus eenige overeenkomst met die der Indische balans in het algemeen, en, gelijk hij daar met de specerijen gedaan had, het de Gouverneur-Generaal hier een gedeelte, van wat het koper elders opbracht, overboeken bij de winst van Deshima, om aldus daar weer een voordeelig saldo te krijgen, al was dit ook louter schijn, want het koper werd aan de andere kantoren niet duurder berekend. Anderzijds is het ook mogelijk om die verandering hierdoor te verklaren, dat van Imhoff geredeneerd heeft: „meer koper is door prijsverhooging toch niet te krijgen (de tweede hoofdidee, die de Gouverneur-Generaal opgaf) ; en wat betreft onzen anderen eisch: beter resultaten voor den verkoop, als het daar alleen om gaat, hebben we de hulp der Japanners niet noodig. We verschaffen ons die, door een imaginaire verhooging van den koperprijs, welke we aan die resultaten ten goede laten komen".

De zonderhnge toestand deed zich dus voor, dat de Japansche Geldkamer een gedeelte van haar winst, die behaald was op goedkoop van de Compagnie verkregen stuk- en pondgoederen, gebruikte om haar leverancier weer beneden den marktprijs aan staafkoper te helpen, en dat de Compagnie een gedeelte van het groote voordeel, hetwelk zij uit dat laag geprijsde koper trok, weer besteedde om de rekening van haar goedkoope stuk- en pondgoederen sluitend te maken.

Daardoor raakte de handel dus geschroefd in een steeds ingewikkelder machinerie en verandering werd moeilijker dan ooit. Het dreigement om zonder handeldrijven weer te vertrekken begon, daar het nooit werd uitgevoerd, zijn kracht te verliezen. De Japanners werden op deze wijze integendeel tot het denkbeeld gebracht, dat de Compagnie dezen handel toch niet kon missen.