is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het Hollandsch mercantiel verkeer niet alleen onvolledig, maar ten deele ook onverklaarbaar. Veel in de houding te Batavia bij voorbeeld wordt duidelijker, als men denkt aan de persoonlijke belangen der hooge ambtelijke kringen, en aan de gelegenheid, die het kantoor bood—ook toen het reeds achteruitging en op zichzelf geen winst meer gaf — om een aantal posten te bezetten, waaronder die van opperhoofd nog lang zeer voordeelig was; want de ambtenaren waren hier de bijna uitsluitende deelhebbers in de privé-transacties.

Natuurlijk ging echter ook het lucratieve van die betrekkingen evenals de winst der Compagnie geleidelijk achteruit, vooreerst omdat het verval van beide een grondoorzaak vond in het afnemen der beteekenis van de Japansche markt, en dan omdat de particulieren gewikkeld werden in de maatregelen der Japanners omtrent den vreemden handel.

Een zware slag was blijkbaar voor de particulieren het beperken van den" verkoop in 1685. Zij waren blijkbaar meer gewend en wilden daarvan niet zoo maar afstand doen. Daarom zochten zij een anderen weg. Het eerste gevolg was het smokkelproces van 1686 *). Dit vestigde nog eens de aandacht op hun (verboden) handel, maar tegen alle aanvallen uit patria stond de heele bureaucratie te Batavia het personeel van Deshima solidair bij. Wel bracht een anoniem geschrift een en ander aangiet licht over dit proces en de knoeierijen der opperhoofden met wegen, prijsbepaling enz.; maar het schijnt, dat dit nooit tot verder onderzoek heeft geleid.

Dr. Garcin, wiens opmerkingen mij alleen uit citaten bekend zijn, zou zelfs beweerd hebben, datde „Hooge Regeering" zelf aandeel in den kambanhandel der particulieren had. Hij stelt echter den omzet dier „kleine compagnie" op het dubbele van de 40.000 taels a), die Kaempfer daarvoor geeft. Dit valt vooral hierom op, daar de Hollandsche bewerker van de afdeeling over Japan der

0) Hiervóór, hoofdstuk III A, § 3-

1) Nachod, a.w., blz. 399; Kaempfer, a.w., Buch IV, cap. 8 (ed. Dohm, blz. rr6, 119). Een anoniem geschrift (Alg. Rijksarchief, Koloniale afdeeling) „Het Japansch vergrootglas", is aan deze geschiedenis en vele andere knoeierijen met het wegen, de prijsbepaling, enz. der hoogere ambtenaren gewijd. Over de bepalingen tegen smokkelwaar zieook het „Sadame" bij Kempermann, Tokugawa Gesetgebung, blz. 50, artikel 5.

•) N.1. Universal History-X, afdeeling Japan, passim blz. ytt, 3x6 etc.; misschien is het daarnaar geciteerd in „Batavia beschreven", blz. 166.