is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later zullen zij vermoedelijk ook afnemers voor dit staafkoper gevonden hebben bij den toenemenden Europeeschen handel in eigen land. Immers in 1736 wilden de bewindhebbers het verkeer aan hen overlaten en alle Japansche waren betrekken uit China a) Het personeel van Deshima vertrouwde aan de in Januari, tegen het eind van het Japansche jaar vertrekkende jonken soms brieven toe, m de hoop dat deze over China nog te Batavia zouden komen vóór de Hollandsche Japanvaarders omstreeks Juni zee kozen. Dat was echter zelden het geval.

Bij het tweede punt kan verwezen worden naar de reeds bekende feiten: de rol van de Chineezen bij de verandering van 1715 ■ hun pogingen tijdens Van Imhoff enz. Anderzijds is reeds vermeld' hoe de Compagnie gebruik wilde maken van de Chineesch-Japaiiche moeilijkheden, bij voorbeeld in 1775 en 1782 b).

De Japanners probeerden natuurlijk beide soorten van handelaren tegen elkaar uit te spelen. Tegenover de Compagnie was de komst van vele Chineezen telkens de schuld van het dalen der verkooppnjzenenvanschaarschheidinhetkoper. Vandaar datbeide takken van den handel in Nagasaki ook onder één controle werden gebracht; de Geldkamer bemoeide zich reeds in X715, naar het schijnt, met den Chineeschen handel. Toch heeft men daar niet dezelfde toestanden gekregen als bij dé Compagnies-transacties in gebruik kwamen. De prijzen werden ieder jaar opnieuw bepaald en het koper ontvingen ze meer overeenkomstig de marktwaarde!

Want in tegenstelling met de Compagnie, die het vaak uitsluitend in de koperlading zocht en haar invoer soms verwaarloosde vertoonden de Chineezen meer trekken gemeen met de Hollandsche particulieren. Zij toch moesten in later tijd alleen van den verkoop bestaan en het koper, dat zij meebrachten, moest blijkbaar, toen ook in China het monopolie voor goed gevestigd was, „aan den keizer" worden afgeleverd1).

Evenwel schijnt hun aandeel in de Japansche belasting voor stad en land hooger te zijn geweest c), omdat de reis naar Kanton Amoy, Nepha, Chusan etc, vanwaar ze kwamen, veel korter was dan die naar Batavia. Niettemin was het aantal ongelukken bij hen nog veel grooter, daar hun scheepjes met een groot zeil zeer slecht hanteerbaar waren en licht omsloegen.

a) Hoofdstuk IIIB § 13. ft) Hoofdstak III B ff 8, *A i9) 2i. c) Hoofdstuk III A § 2 ») Dalrymple, Onental repertory II, bk. 288.