is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 9. RUSSEN.

In laatstgenoemd stuk vindt men de meer gehoorde bewering, dat de Russen hun ontdekkingen en werkzaamheid aangaande Japan geheim zouden houden. Vermoedelijk is deze meening voor een deel aan onkunde van taal en literatuur in Rusland toe te schrijven. Eigenaardig is evenwel, dat over Laxman's tocht, naar bevoegde getuigenissen, weinig of niets in het Russisch is geschreven. Zeker vindt men een boek in die taal, gedateerd 1768, in de Bibliothèque Nationale (in 3 gedeelten), doch dit is veelzins naar vreemde bronnen (ook Hollandsche, als Hagenaar, Kaempfer en anderen) bewerkt1).

Zelfstandig werk was echter buiten twijfel de Russische school voor Japansche taal, de eenige, welke waarachijnlijk toen buiten het land zelf bestond.

Reeds in 1702 en 1705 had Peter de Groote in twee ukasen de mogelijkheid aangewezen om door Japanners, die als schipbreukelingen in Oost-Azië kwamen, onderricht telatengeveninhuntaal. Zij werden naar Europa gebracht en daar uitgevraagd, maar zoover men op betrouwbare bronnenmag afgaan, schijnt er geen eigenlijke school bestaan te hebben voor de werkzaamheid te Irkoetsk der in 1729 aan land gekomen schipbreukelingen Soza en Gonza, die, tot de orthodoxe kerk bekeerd, Schulz en Pomertsew gedoopt werden. Vooral laatstgenoemde schijnt goed onderwijs gegeven te hebben, maar was te jong uit zijn land vertrokken om schrijftaal en karakters te kennen; het onderricht bepaalde zich dus tot lezen van „gesprekken" en verhalen („orbis pictus") in Russisch schrift en Japansche spreektaal. Soldatenkinderen dienden als leerlingen en twee van dezen gingen bij den tweeden tocht van Spangberg mee als tolk; kort te voren had echter door den dood van Schulz (1736) en Pomortsew (1739) de school een knak gekregen, waarvan ze niet meer herstelde. Noch hun leerlingen, noch later aangevoerde Japanners ontwikkelden meer die bekwaamheid. In 1753 werd de school naar Petersburg verplaatst en leverde ook later nog tolken voor de tochten der Russen naar Japan a).

over de Japansche taal hadden bekend gemaakt. Aan het bovenstaande kan de lezer deze meening toetsen. Natuurlijk wil ik niets te kort doen aan de groote verdiensten der missionarissen op dit gebied. mui^.

i) „Opisanie O Japonie", vertalingen van Sinbirenin, Gorhtsky en anderen, Bibliothèque Nationale O. O. 10. ; . ....

•) Barthold.Geographische und historische Eriorschung des Onents mit besonderer Berücksichtiging der Russischen Arbeiten, biz. 128.