is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In vergelijking met den nuchteren Hakuseki zijn wij hier in een veel romantischer sfeer gekomen. Het flauwe afschijnsel van Europeesch leven, dat Deshima bood, is met graagte waargenomen. Het begon met den Hollandschen Nieuwjaarsdag in de laatste Japansche maand. Het was een dag van luister, want tolken en andere bevriende personen werden dan bij het opperhoofd genoodigd aan een heerlijk maal en op een groote partij. Ook de rangakusha uit den medischen kring van Gempaku en Ryötaku hielden op dien dag samenkomsten. Morishima verhaalt van eigenaardige gewoonten der Hollanders bij die gelegenheid, ons totaal onbekend. Op dien dag, zegt hij verder, tellen zij een nieuw jaar van het begin der Hollandsche natie of van de schepping af, dat weet de schrijver blijkbaar niet precies, maar het valt samen met het 31e jaar van den elfden Japanschen keizer.

Vervolgens geeft hij een reisbeschrijving van Amsterdam naar Java en zoo naar Japan, met uitvoerige schildering van alle landen en plaatsen, die men op dien weg langs kwam: Engeland, Frankrijk, Spanje. Bij Hakuseki vergeleken is hier en daar wel eenige vooruitgang in kennis. Zoo is ons land niet meer als eiland voorgesteld; bovendien zijn de landen niet door elkaar, maar in verband met de onderlinge ligging behandeld, terwijl de opgaven naar volgorde der reis, onder vermelding in welke richting die voortgezet werd, een beter inzicht geeft.

Merkwaardig is ook een korte schets van de bezoldiging der Compagniesambtenaren, waar de groote, werkelijke voordeden, die zij genoten, verward worden met de karige, nominale bezoldiging, waarvan de helft als cautie werd ingehouden.

Verschillende westersche gewoonten bij afscheid, begrafenis enz. komen ook aan de orde. Men ziet: de belangstelling was wederkeerig (vergelijk Titsingh's Cérémonies des mariages et funérailles). Uitvoerig weidt de auteur uit over de begrippen: weeshuis, weduwhuis, gasthuis a) in verband met deaalmoeskas welke men op de compagniesschepen kon vinden; hij schijnt een boek over dat onderwerp te hebben kunnen raadplegen

Morishima Chüryö heeft, ook in dit geval, waar hij die instdling in verband brengt met de Iegaku-in en de Hiden-in, nogal de neiging, onmiddellijk aanknooping te zoeken bij de

a) Vgl. hoofdstuk I § 9.