is toegevoegd aan je favorieten.

De wet tot verruiming van het plaatselijk belastinggebied

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitsluitend betrekking op plaatselijke inkomstenbelasting, verschuldigd krachtens eene heffingsverordening, welke op de nieuwe bepalingen is gebaseerd. Hetzelfde geldt van art. 267. Trouwens, de Rijksadministratie beschikt niet over de gegevens, om die in- en navordering te bewerkstelligen.

§ III der wijzigingswet.

I ui. Krachtens de artikelen 243; en 243A wordt de plaatselijke inkomsten¬

belasting door het Rijk geheven. Deze bepaling kan in zekere omstandigheden voor eene gemeente nadeelig zijn. Het Iaat zich denken, dat in eenige gemeente de gemeentelijke belastingdienst beter is geoutilleerd dan die van het Rijk. Op den duur kan dan natuurlijk de Rijksdienst door overneming van ambtenaren uit den gemeentedienst worden geperfectionneerd. Een overgangstijd kan daarvoor noodzakelijk zijn, gedurende welken het wenschelijk is, de gemeentelijke administratie voorshands de heffing der inkomstenbelasting te doen verrichten, totdat de Rijksdienst tegen de uitbreiding van 'zijn taak is opgewassen.

De beoordeeling van de vraag, of een zoodanig geval aanwezig is, is overgelaten aan de Kroon. Deze kan telkens voor eene periode van ten hoogste vijf jaren aan eene gemeente de bevoegdheid verleenen, om in afwijking van de bepalingen van de artt. 243;, 243A de belasting naar het inkomen door hare eigen administratie te doen heffen. Wordt deze bevoegdheid verleend (ten onrechte zegt § III „wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt") dan gelden, voorzoover in § III niet anders is bepaald, de gewone wettelijke bepalingen. Er is dus een scherpe tegenstelling tot de heffing door de eigen administratie op grond van § II. Van toepassing zijn de artikelen 243c tot en met 243/. De bepaling van het zuiver inkomen moet geschieden volgens de bepalingen van hoofdstuk II der wet op de inkomstenbelasting 1914, en het belastingjaar moet loopen van Mei tot Mei. Bijzondere regeling is alleen gegeven, voorzoover die voor de heffing door de gemeentelijke administratie strikt noodzakelijk was. Zoo is bepaald, dat de belasting wordt geheven met of zonder aangifte van de belastingschuldigen. Waarschuwing en aanmaning, als bedoeld in art. 259 der Gemeentewet, vermelden noch het bedrag van het inkomen, noch dat van de belasting. De gemeentebesturen kunnen kosteloos tal van inlichtingen van de Rijksadministratie ontvangen. De bepalingen omtrent vaststelling van het kohier, aanslagbiljet en beroep, welke gelden voor de belasting, vermeld in artikel 2404 en c, vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat enkele bepalingen zijn getroffen in het belang van de geheimhouding der gegevens.