is toegevoegd aan je favorieten.

Het bankwezen in Nederlandsch West-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winsten te zien. Allen zullen in de eerste plaats het algemeen belang voor oogen moeten hebben, hetwelk eischt dat aan den tegenwoordigen toestand een einde komt. Het scheppen van een gezonden bodem voor latere ontwikkeling, is wel een kleine opoffering waard!

Bijzonderheden omtrent de uitvoering van het plan

Het beeld van den toestand, die door de hervorming zal ontstaan, heeft zich allengs reeds vrij duidelijk afgeteekend. Hier en daar moet echter nog een lijn worden aangedikt. Speciaal de uitvoering van het plan behoeft nog eenige bespreking.

Op den voorgrond moge dan gesteld worden dat er in elk van de beide koloniën een vertegenwoordiging van De Nederlandsche Bank noodig zal rijn. De inrichting van die vertegenwoordiging kan, en moet ook zeer eenvoudig zijn; want in de eerste plaats moet de werkzaamheid van de Bank in de koloniën, zooals wij zagen, voorloopig beperkt blijven, terwijl voorts de noodzakelijkheid van een lage rente over de voorschotten aan de gouvernementen ook geen hooge administratiekosten zou toelaten. Toch is het wenschelijk, dat de vertegenwoordiging het karakter draagt van een eigen vestiging. Anders zou de Bank, ten aanzien van den biljettenvoorraad dien zij in ieder der koloniën zal moeten onderhouden, licht vervallen in het verleenen van blanco-crediet, hetgeen haar verboden is. De moeilijkheid wordt ontgaan, wanneer die voorraad door een eigen kantoor wordt beheerd. De Bank verleent dan zeker geen crediet in den gebruikehjken zin des woords.

Hierbij wordt volstrekt niet gedacht aan een modern bankgebouw, door een talrijk personeel bezet en met een zwaar bezoldigden agent aan het hoofd; neen, zelfs de allereenvoudigste organisatie kan voldoen. De Bank zou, desverkiezende, zelfs van de diensten van gouvernementsambtenaren, zooals de Administrateur van Financiën of de Koloniale Ontvanger, dan wel van het personeel eener andere bank gebruik kunnen maken, mits zij aan den vertegenwoordiger maar de hoedanigheid verleent van agent, d.i. bankorgaan, en niet van correspondent, d.i. lasthebber. Formeel is de zaak dan volkomen in orde.

Maar ook materieel zal De Nederlandsche Bank het risico van haar koloniaal bedrijf kunnen beperken, wanneer rij het bankpapier in ongeldigen vorm naar de koloniën zendt en het aldaar