is toegevoegd aan je favorieten.

Een eeuw veeartsenijkundig onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Landen verricht wordt en een gewoonte is; waartoe dan mede moet worden gebracht de Kunst van Smeden, zoo verre het dit stuk specteert.

Wanneer men nu verder nagaat, hetgeen onses oordeels noodig zal zijn tot het daarstcllen van dit een en ander, komt ons als eerste vereischte voor:

1°. Een gebouw, waarin de genoegzame ruimte zal worden gevonden om in hetzelve eene gepaste werkplaats voor de Anatomie te vinden met een klein Theatrum Anatomicum in derzelver nabijheid.

2°. Een of twee vertrekken tot het geven van onderscheiden lessen.

3°. Een ingerigt om te bevatten een kabinet van Ana» tomische, Pathologische en Vroedkundige praepas raten, voorziene collectie van noodige werktuigen, Instrumenten tot de Chirurgie en Verloskunde behorende. Eene simpliciakast en noodige biblio» theek, ook van zulke Boeken met Platen, welke de Discipelen niet zouden kunnen kopen, en echter hun van groot nut kunnen zijn om in voorkomende zaken te consulteren; ook diende hierin bewaard te worden eene collectie van onderscheidene Hoef* ijzers van diverse Landen en verschillend maaksel, naar den aard der ongesteldheden van paarden.

4°. De noodige ruimte tot stallen van Paarden, Koeien, Schapen en Varkens, benevens eene gepaste bergs plaats voor Hooi, Stroo en ander voedsel als Haver, Zemelen enz.

5°. Eene kleine Smederij, Noodstal en het verdere

noodig tot smeden en beslaan. 6°. Eene kleine ruimte tot aanleg van eene Hortus

Medicus voor dit vak ingerigt.

Wijders zal de executie worden gegeven aan dit een en ander door de navolgende Personen en geldmiddelen, als:

1°. Door eene Prefectus, die tevens is Pros fessor Pathologiae Praxeos et Aeconomiae

Animalis, ter zeiver tijd het Clinicum waarnemende en zulks op een jaarlijksch tractement van ƒ 2000.

2°. Door eenen Professor Anatomes, Physios

logiae, Chrirurgiae et Artis Obstetriciae . „ 1500.

3°. Door eenen Professor Materiae medicae

Pharmaceutices et Botanices „ 1500.

4°. Zal er moeten zijn een Admanuensis voor

de Anatomie, Chirurgie en Pharmacie . . „ 300.

5°. Een dito voor de Stallen, die ook den Hortus bewerkt onder opzigt van den Professor „ 300.

6°. Voor het verkrijgen van het nodige kabinet volgens bovengen. Artikel voor eens ƒ 1000 en voorts tot completering van hetzelve 's jaars „ 300.

7°. Voor 't aanleggen van een Bibliotheek

voor eens ƒ 600 en tot volmaking 's jaars „ 200.

8°. Voor de Pharmacie en noodige Genees»

middelen 's jaars pl.m „ 200.

9°. Voor Voeder en Strooying enz „ 200.

10°. Voor vee tot dissectiën van den Professor

Anat. en de beoefening van de Discipelen „ 150.

11°. Voor Vuur, Licht, werktuigen tot de Ana» tomie. Chirurgie, Linnen, Bakken, Tobben en ander ongenoemde kleine Posten, 's jaars „ 100.

zoodat er ter verkrijging en het in werking brengen eener zooveel ons voorkomt volledige Veeartsenijkundige School, zoude worden vereischt behalve het opgegeven Locaal en de genoemde Personen,

voor eenmaal in den aanvang eene somme van zestienhonderd Guldens, benevens een Jaarlijksche toelage tot drijving en instandhouding van derzelve ten grootte van Zes Duizend Zeven Honderd en Vijftig Car. Gulden.

Doch zoodra men de vereischten van dit con* ceptplan nagaat met aandacht, vindt men al spoedig dat het in ons land ontbreekt aan een genoegzaam aantal personen in de Veeartsenij bedreven om die onderscheidene takken ex professo te doceeren; alsmede dat het geene geringe zwarigheid zoude ontmoeten om opgen. gelden te vinden, welke zeer aanzienlijk zijnde, misschien mede niet evenredig zoude zijn aan het nut, dat zoodanig Etablissement zoude kunnen aanbrengen.

Wij hebben wel is waar thans in dit Land groote en dringende behoefte aan bekwame Veeartsen, maar het getal van dezelven behoorde evenwel niet te groot te wezen, vermits zij anders in de uitoefening hunner kunst geen bestaan zouden kunnen vinden; en het is ons voorgekomen, dat het misschien voldoen zoude, wanneer bij eene Commissie van Landbouw eenen bekwamen Vees arts zoude worden aangesteld, die het vertrouwen der ingezetenen verdiende en volkomen in staat was om de Commissie te adviseeren in alles wat betrekking heeft op de gezondheid van het Vee, waarin het bijzonder ook ter voldoening aan het 15 Art. der instructie.

Er is dus alle reden om in consideratie te nemen of het tot zoodanig oogmerk noodig zijn zoude, om in ons Land eene Veeartsenijkundige Schole als bovengen, op te rigten, dan of men hetzelve niet spoediger en op een minder kostbare wijze zouden kunnen bereiken, door gebruik te maken van die Veterinaire Scholen, die in andere Landen geëtablisseerd zijn? Wanneer door alle Commissiën wierde omgezien naar een Jongeling die, en de geschiktheid en de Lust had, om zich op de Vees artsenij toe te leggen, dan konde deze naar de Veterinaire Scholen te Charenton of te Berlijn gezonden worden, alwaar zij alles vereenigd vinden om de veeartsenijkunde in haren geheelen omvang te leeren en in staal zijn zouden om in den tijd van drie jaren zich te perfectionneeren en geschikt te wezen om thuis komende als veeartsen ieder bij zijne Commissie geplaatst te worden.

Wanneer men nu de kosten voor ieder jongeling gedurende zijn verblijf op de Veterinaire Schole berekend op ƒ 500 's jaars zoude zulks gedurende de drie eerste jaren eene uitgave voor het Land noodzakelijk maken van ƒ 5000.

Overweging van opleiding van veeartsen in het buitenland.

In het verder jaar en vervolgens jaarlijks, zoude men tot eene suppletie op die Veterinaire Schole een of twee Eleves kunnen houden, en daarvoor dus jaarlijks ƒ 1000 of ƒ 2000 besteden.

Op deze wijze zoude de jaarlijksche uitgave van ƒ 5000 gedurende de drie eerste jaren genoegzaam zijn om een behoorlijk getal bekwame veeartsen voor ons Land te formeren, gesteld, dat het met allen wel slaagden, en dan zoude onder dezelfde voorwaarde eene Jaarlijksche uitgave van ƒ 1000 a ƒ2000 voldoen om dit getal gesuppleerd te houden.

Laatstelijk meenen wij in consideratie te moeten geven en zijn van oordeel, dat men veelal mede hetzelfde heilzaam oogmerk voor de Lande zoude kunnen bereiken, wanneer men in een daartoe