Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klonk 't van den overkant waar Bevertien weer stond met de armen over de borst „Die heeren zijn in •den regel niet vroeg."

„Dat merk ik," zei Zechhorst terwijl hij op Bevertien toestapte; „Kent u dat heer ?"

„Nogal I" zei Bevertien. „Met wien heb ik de eer ?"

„Ik ben Zechhorst uit Den Haag; ik had een appeltje met dat mannetje te schillen-"

„Hm!" zei Bevertien in zich zelf. „Een goede spion moet uit alle bronnen putten." En tot Zechhorst: „Wilt u misschien binnen wat wachten ? Anders ontsnapt-ie u nog."

„Nou," nam Zechhorst aan, „als ik niet derangeer, dan graag; want ik ben hier in Leiden niet bekend."

Sluiten