Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zei de priester en hij sprak zoo innig van Gods barmhartigheid en over den verloren zoon en over den zondaar, bij wiens bekeering de engelen zich meer verheugen, dan over negen-en-negentig rechtvaardigen, die geen boetvaardigheid noodig hebben, dat het Frits te moede werd, of hem weinig genomen werd, om hem veel te doen winnen.

De pater zweeg en liet Frits aan z'n gedachten over. „Kom mee," zei hij eindelijk, terwijl hij hem zacht de hand op den schouder legde, „kom mee naar Maria."

Frits volgde hem naar z'n kamer. Als door den bliksem getroffen bleef hij staan, toen hij 't beeldje ontwaarde op de schrijftafel. „Mijn God, hoe komt dit in uw kamer ?"

„Zoo heeft Maria 't beschikt, m'n jongen." 248

Sluiten