Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op vormen gesteld is, niet voor „korang-adjar" (onbeschoft) doorgaan.

Heeft het veronderstelde gebrek aan taal- en adatkennis wel degelijk invloed op de houding van den inlander op Deli en gedraagt de Javaan er zich geheel anders dan op Java, er bestaan bovendien nog andere factoren, die deze gedragsverandering in de hand werken. In de eerste plaats is de omgang met den Chineeschen koelie, waarmede hij dagelijks in aanraking komt en die het met vormen en beleefdheid in het geheel niet nauw neemt, van veel invloed. Verder heeft het verkeer met landslieden, onder wie zich vele slechte elementen uit de groote steden, Batavia, Semarang, Soerabaja, bevinden, op den eenvoudigen, van huis uit beleefden en onderdanigen landbouwer uit de binnenlanden een allerslechtste uitwerking.

Eveneens werkt het gevoel, dat hij nu geen „orang-prijman" (vrij mensch), maar een „orang-contract" (contractmensch) is, op wien de eerste categorie steeds met eenige minachting pleegt neer te zien, niet verheffend.

Hij voelt zich dus, los van alle oude vormen en gebruiken, geplaatst in een omgeving, die hem geheel vreemd is, in een land, waar men zijn taal niet spreekt, zijn gebruiken niet kent; geminacht door zijn landgenooten, onder makkers, die alle vormelijkheid en onderdanigheid, zooals hij die op Java geleerd heeft, reeds lang ter zijde hebben gezet, een geheel veranderd mensch.

Geen wonder dat hij in zijn wijze van doen ook niet dezelfde blijft en hij, „de kleine man" van Java, als contractkoelie op Deli niet meer te herkennen is voor den Europeaan, die op Java gewoon was met hem om te gaan.

Sluiten