Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij eenige uren later, vergezeld van den luitenantChinees op de onderneming verscheen, ontstond er in de sorteer loods een geweldig tumult, daar alle koelies tegelijk hunne grieven aan den „toean controleur" wilden blootleggen.

Daar er op deze wijze aan een ernstig onderzoek niet te denken viel, werden de koelies een voor een naar het kantoor van den beheerder geroepen, waar hun rekening nogmaals onderzocht zou worden. Maar ook den controleur bleek het al spoedig, dat er van reclames in den eigenlijken zin geen sprake was, dat het den koelies er alleen om te doen was, meer geld te verkrijgen.

De controleur deed hen dan ook aanzeggen dat zij naar alle recht en billijkheid waren behandeld, de afrekeningen in orde waren en dat zij niets meer te vorderen hadden. Zij werden aangemaand om weder rustig 'en ordelijk aan het werk te gaan.

Hiermede scheen de zaak afgeloopen.

Niet voor de koelies echter.

Van alle kanten in het ongelijk gesteld, waren zij in het geheel niet tevreden met de wending, die de zaak voor hen genomen had.

De administrateur, die zeer goed het gevaarlijke van den toestand inzag, vroeg den controleur eenige inlandsche politieoppassers op de onderneming te willen achterlaten, om in tijd van nood, bij het uitbreken van een opstootje, waarop alle kans bestond, hulp te kunnen verkenen.

De controleur echter meende hiertoe niet te kunnen overgaan, daar er feitelijk nog niets gebeurd was.

Eerst diende men den loop der dingen af te wachten, meende de magistraat.

Sluiten