Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dit alles geheven in de door tranen geheiligde sfeer van het treurspel, want held Gysbreght gaat in ballingschap. Evenals de edele Hugo de Groot, wien het werk wordt opgedragen; en aan wiens „Parallelon Rerumpublicarum" hij het inzicht dankt van de groote overeenstemming tusschen Rome en de Republiek, dat'zulk een stempel zet op zijn poëzie. Zelf ook zal bij, evenals zijn helden, ervaren dat het goede hier geen herberg vindt, en met de Rey van Klaerissen moeten klagen:

Wat kan de blinde staetzucht brouwen, Wanneerze raest uit misverltouwen I Wat luit zoo schendigh dat haai routl

Immers de kerkeraad vernomen hebbende, „dat den 2en Kerstdag een verthoomnge sal gedaen worden vande superstitiën van de paperye als misse ende andere ceremoniën weet de burgemeesteren te bewegen dit niet toe te staan, en vraagt vervolgens een algeheel verbod van het stuk dat ,,t' eenemael daerop loopt om het pausdom smakelyck te maecken". Waarlijk, wat is dit, terwijl zooveel holle bombast van Rodenburg wel op het tooneel wordt geduld, om te zwijgen van zooveel onvroom gekakel op den predikstoel, anders dan „razend misvertrouwen der blinde staetzucht"?

Laat hij niet in het laatste bedrijf Rafaël-zelf voorspellen ?:

Want d'opperste beleit zijn zaecken wonderbaer.

De Hollantache gemeent zal, eer dry hondert jaei

Veiloopen, zich met maght van bontgenooten stereken,

En schoppen 't Roomsch autaer met kracht uit alle kereken )

Gelukkig leest burgemeester de Graef beter dan de kerkeraad, zoodat op zijn rapport dat er niets stootelijks in te vinden is, het stuk dan toch 4 Jan. 1638 zijn eerste vertooning beleeft, gevolgd door ontelbare.

Intusschen hebben het treurspel en hij elkaar gevonden, en voorgoed. Zooals hij in een (ons niet bewaarde) vertaling van Ovidius (volgens Brandt) zegt:

Hoe hoogh men drave in styl en toon Het treurspel spant alleen de kroon.

*) De tegenwoordige laatste vier slotverzen dezer profetie, die deze woorden zooveel mogelijk terugnemen, zijn later door Vondel ingevoegd.

Sluiten