Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den profeet Jesaja, een verzoek, door Erasmus afgeslagen, daar hij „gekomen was om te leeren, niet om te onderwijzen".

Intusschen begint Erasmus, terwijl hij afwisselend te Parijs en te Leuven vertoeft, zich meer en meer toe te leggen op het Grieksch, met de bedoeling, zeker onder Colets invloed, de theologie en de kennis der chr. religie terug te leiden tot de H. Schrift, als de bron waaruit beide hadden te putten.

Terwijl hij onvermoeid aan zijn' letterkundigen arbeid bleef, ging het hem in deze eerste jaren der 16e eeuw nog geenszins voor den wind. Zijne geldelijke omstandigheden geven hem dikwijls aanleiding tot klachten. Hoe gaarne zou hij eene reis maken naar Italië! Doch de middelen daartoe ontbreken hem nog steeds. De uitgave van wat hij schreef, bracht hem niet veel op: een honorarium aan te nemen gold in die dagen niet voor eervol. En de verkoop zijner werken bracht hem toen slechts langzaam eenig voordeel. Zoo zijn er, schrijft hij aan Colet, toch 100 exemplaren van zijn „Adagia" l) naar Engeland gegaan, die nu toch wel alle verkocht zullen zijn, en waarvan hij de opbrengst tegemoet ziet.

En ook in de rijke vrienden, die hij, als zoo menig geleerde dier tijden, zich tot patroon of patrones koos, zag hij zich niet zelden teleurgesteld. Door middel van Battus, den gouverneur van haar zoon, was Erasmus bekend geworden

) Een rijke verzameling spreekwoorden en dergel., door Erasmus van toelichtingen voorzien; de eerste uitgave verscheen te Parijs, en omvatte ongeveer 800 spreekwoorden. Het werk, dat talrijke uitgaven beleefde, werd met nieuwe stof verrijkt door den schrijver, die naar zijn eigen getuigenis, er een „Herculeïschen arbeid" aan verricht had. Meer dan 10.000 versregels uit Homerus, Euripides e.a. dichters, metrisch in het latijn overgebracht, waren erin opgenomen, benevens tal van aanhalingen uit Plato, Demosthenes e.a. „Een menschenleven", zegt Erasmus zelf, „is bijna te kort om zooveel dichters, grammatici, oratoren, wijsgeeren, historieschrijvers, wiskundigen, godgeleerden, waarvan het lezen van de titels alleen haast zou vermoeien, te doorzoeken, te lezen, te herlezen".

Dit werk van Erasmus behoort onder diegene, waardoor hij grooten invloed heeft geoefend op de verbreiding der classieke beschaving. Het is niet slechts een getuigenis aan zijne ontzaglijke belezenheid en geleerdheid, maar is ook vol van dien spot en die satyre, waarmede hij zoo gaarne de misbruiken en misstanden der R.-Kath. kerk en van de monniken geeselde.

Sluiten