Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kan het wel anders, toen in dezen tijd Luthers geloofsdaad een vonk deed spatten, die welhaast in heel WestEuropa een vuur zou doen opvlammen, dat ook op Erasmus gezien werd, dat veler verwachting was: nu zal hij zich aanstonds aan de zijde der Reformatie scharen, en met Luther schouder aan schouder den strijd voortzetten?

En hoe is het gegaan? De man, die niets méér beminde dan de rust van zijn studeervertrek en zijne boeken, kon niet blijven buiten den strijd. Niet straffeloos had hij uit zijn stille studeercel zijne pijlen afgeschoten: als straks de Reformatie zich keert tegen zooveel misbruik en ontaarding, waardoor de kerk van Christus was misvormd, geven de mannen, die door zijne pijlen gewond waren, hèm de schuld van al het onheil; en de vrienden der Hervorming hopen op zijn steun. En de arme Erasmus komt almeer tusschen twee vuren. Bij den paus en de hoogere geestelijkheid bleef bij hoog aanzien genieten, doch de lagere geestelijkheid keerde zich tegen hem. De monniken en „theologen" zagen in alles, wat hun afbreuk dreigde te doen, zijn hand. Hetzij omdat zij het meenden, hetzij slechts om zoo mogelijk dezen gevaarlijken, gevreesden en invloedrijken tegenstander te vernietigen, schreven zij alles wat in druk verscheen en hun tegen was, aan hem toe. Hij was, zoo zeiden zij, de auteur van More's Utopia, van van Huttens's Nemo, was medeplichtig aan de „Obscuranten-brieven", ja, ook in Luthers 'geschriften had hij de hand gehad.

Aan de andere zijde waren er onder de mannen der Hervorming, die meenden, op Erasmus te kunnen rekenen. Luther zelf echter heeft als bij intuïtie beseft, dat bij en Erasmus niet op één weg zouden gaan. Hij heeft wel aanraking met hem gezocht, doch deed dit zeer voorzichtig. Zijn schrijven aan Erasmus (28 Maart 1519) is niet een pogen, hem aan zijne zijde te brengen, veeleer slechts als een uitsteken van de voelhorens; Luther vermijdt, in dien brief te gewagen van Erasmus' optreden tegen de R.-Kath. kerk, hij spreekt slechts van Erasmus* verdiensten, zegt, vernomen te hebben dat ook Erasmus wel van hèm heeft gehoord, en verklaart, het niet

Sluiten