Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komelijke kloof; ter zake van het oppergezag van den Heiligen Geest, daar gezocht in den Paus, hier in de door God ingegeven Schrift, — ter zake van den oorsprong en het wezen onzer Kerkhervorming — ten aanzien der beschouwing van ons vaderland als rechtens Protestantsch of Roomsch-Catholiek terrein — ten aanzien, dientengevolge, van geheel de opvatting der geschiedenis van dat Nederlandsche vaderland en de roeping van het huis van Oranje.

Met de conservatieve richting waren er evenzeer uit den aard der zaak punten van aanraking, zoowel als van afstootings). In zoover behouden (maar behouden met en uit kracht van beginsel) noodwendig in de strekking ligt eener ChristelijkHistorische, zoo bestonden en bestaan er steeds noodwendig gemeenschappelijke neigingen en wenschen bij en onder vrienden uwer medestanders, ten eenre zijde, en de mannen van het eigenlijk behoud, beide ïn de kamers en in de ministeriên ten andere. Alleenlijk geen verwantschap met reactie of veleiteiten, van wat aard ook, om tot den staat van zaken b.v. van vóór 1848 terug te keeren. Alleenlijk geen vennootschap (evenmin) met een conservatismus van louter egolstischen aard, van kleingeestigen kastegeest, kleurloos, voor het overige en beginselloos s).

Maar hij werd weinig begrepen; nog het minst door zijn ~* geestverwanten*). „Ik heb tenminste dit voorrecht — schreef hij in zijn „Verscheidenheden over Staatsrecht en politiek" — dat al wat, zoo ik meende, tot vervelens toe, herhaald was, telkens nieuw en ongehoord is, en ik, dus voortgaande, van sommige mijner politieke opstellen te weten fragmentarisch, een hier te lande waarlijk zeldzaam getal uitgaven heb beleefd 6)". De meesten oordeelden het zelfs niet eenmaal de moeite waard om hem hunne aandacht te schenken. Zijne

') Men vergelijke hierbij hetgeen Groen schreef in het tweede deel zijner uitgave van Da Costa's Brieven pag: III en 131 *) Zie ook Ned: Ged: V pag. 89. *) Brieven da Costa Dl. II, pag. 224—226.

■*) Ned. Ged. IV pag, 225. Men zie ook Mr. D. Koorders, De antirevolutie-

naire staatsleer van Mr. Groen van Prinsterer uit de bronnen ontwikkeld pas. 2—23.

*) t. a. p. pag. 230.

Sluiten