Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uw hand. Na jaren voelt Da Costa op zijn hoofd nog de zegenende hand van Bilderdijk, toen hij hem voor dè tweede maal en nu alleen sprak. Die zegening was als een zalving, een wijding, een roeping van den jongeling tot jonger, gelijk van David tot koning. En misschien stond hem Bilderdijks zegening nog voor den geest, toen hij later David van de zalving door den Godsman Samuel liet spreken:

.... hij zag mij aan met vadeiingewanden of 't waar, en strekte lang de palmen zijner handen omhoog en over mij. Toen zalfde hij mijn hoofd met olie, in den naam zijns Zenders hoog geloofd,

des harten binnenst overstelpend met een zacht en zalig zelfgevoel als van des Hoeren kracht; —

Hoe gemeenzaam de verhouding werd tusschen dezen Elia en zijn Elisa blijkt wel uit het volgende zelfgetuigenis van Da Costa: „Ik maakte van deze mij verleenden toegang vrijmoedig, tot onbescheidenheid toe vrijmoedig, gebruik. Altijd even hartelijk welkom geheten, zonder te midden der veelvuldigste, nauwelijks toen door mij vermoede werkzaamheden immer te bemerken, dat mijn bezoek te lang kon zijn, ging ik op kinderlijke wijze met den bij velen zoo vervaarlijk geachten Bilderdijk om. Ik toonde hem mijne verzen, ik vroeg hem over allerlei onderwerpen, zaken, personen, van ouden en nieuwen tijd. Maar over geen ding hoorde ik hem liever, dan over de dingen, welke hem zeiven, zijn lot en loopbaan, zoo ten aanzien van dichtkunst en wetenschap, als vooral ook ten aanzien van het Vaderland (zijne uitzetting, b.v.) betroffen. Want ik had zoo lang reeds in mijne kinderlijke verbeelding naar de kennismaking met persoonlijke, niet bloot wetenschappelijke, met levende, niet bloot in de boeken beschrevene grootheid verlangd. En groot was mij de man, dien ik te midden van alles wat ik begreep of nog niet begreep, toch reeds eenigszins besefte, de man te zijn, die eenen strijd voerde, die een post verdedigde, die een roeping vervulde, hem van hoogeihand toebetrouwd. Ik verstond hem, als hij mij verhaalde hoe hij in zijne jeugd, te midden van

Sluiten