Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachte actualiteit, wijl juist terzelfder tijd Koning Jacobus van Engeland zijn souvereine rechten op de vier Engeland omringende zeeën wilde doen gelden, een visscherijverbod in verband daarmede uitvaardigde, en voornemens bleek van de omliggende landen eerbewijzen tegenover de Britsche vlag te verlangen.

In Engeland heeft men op dat oogenblik de beteekenis van Grotius' werk begrepen en nog geen jaar nadat dit was verschenen, was Welwod gereed met zijn al zeer weinig gelukkige weerlegging, waartegen Grotius een nieuw geschrift opstelde, dat echter, om den Engelschen Koning niet te prikkelen, niet in het licht werd gegeven en voor het eerst in 1872 door Mr. S. Muller Fzn. achter zijn proefschrift over het „Mare Clausum" is afgedrukt. Bijna dertig jaren zouden verloopen alvorens van Engelsche zijde een meer klemmend betoog werd in het licht gegeven, dat in 1635 met Selden's bekend werk over de „gesloten zee" verscheen. De weerlegging daarvan werd door de Heeren Staten aan Graswinckel opgedragen, wiens keuze hun middellijk was aangeraden door Grotius, die, zeker tot leedwezen. aan beider kant, door de omstandigheden niet kon worden aangewezen voor deze officieele taak. Intusschen had de practijk getoond, dat de vraag van de vrije zee er ook voor de Nederlandsche Republiek eene was van eigen macht, en niet minder dan de Heeren Staten hebben later de Koningen van Engeland er toe medegewerkt om van de zee, welker vrijheid zij verdedigden, een afgesloten gebied te maken. Zoo ziet men, als leerzaam voorbeeld juist in deze dagen, hoe weinig nieuws er is in de wereld, allerminst in de geschiedenis der volkeren!

Grotius' werk over het Recht van Oorlog en van Vrede wekte opzien door den geest zijner beschouwingen; wekte bewondering door den omvang van de behandelde stof en door de meesterschap, betoond bij de bespreking der zoo moeilijke en tegelijk zoo oorspronkelijke onderwerpen.

De indeeling der drie boeken is logisch; waar Grotius in het eerste boek zich in het algemeen afvraagt wat de oorlog is, of deze ooit rechtvaardig kan zijn, en zoo ja onder welke omstandigheden; zich bovendien de voor zijn tijdgenoot vooral

415

Sluiten