Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe de Delftsche Vermeer Werd ontdekt.

„De allegorie van t Nieuwe Testament... De vrouw met den voet op den aardbol?"

— Juist die. — Ik was die dagen in Berlijn. „Je moet die de Keyzer toch eens gaan zien bij W.' had men me geraden. Ik had het glad vergeten tot den laatsten dag. 'k Ging toch nog even kijken bij dien kunsthandelaar — nu, de de Keyzer was een interessant doek. Ergens in den hoek stond echter een ander tegen den muur. Ik vraag zoo terloops — wat is dat ? Och... hij wist 't niet recht — en de geleerden wisten 't ook niet, vertelde de kunsthandelaar me. 't Was 't eigendom van iemand in Moskou die *t tot eiken prijs kwijt wilde. Ik bekeek 't, zag direct — aan dit, aan dat — 't moest een Vermeer zijn. Maar... ik houd me stil. Hoeveel moet die Rus ervoor hebben? vraag ik zoo onverschillig-weg. „Zóóveel." Ik wil *t wel nemen, zeg ik kalm, betaalde contant en liet 't zoo-snel-mogelijk naar den Haag reizen...

Hoe de Judith Leyster in 't Mauritshuis kwam.

— Ik dineerde op een dag bij een vriend van me in Dusseldorf — den ouden heer Dahl. Verzamelaar als ik. Die had me laten zien

— een klein schilderijtje, 't Trof me dat 't zoo mooi was — hij had *t voor een prikje gekocht. Bij 'n sigaar na't diner zeg ik, ineens weer denkend aan 't schilderijtje: „zou u 't willen verkoopen voor f 1500.— aan t Museum in Holland?" „Haal nou geen stomme streken uit", zegt mijn gastheer tegen me.... Ik, koppig, hield vol. „Je bent niet wijs', zegt hij, en toen goedmoedig „. • maar als je toch je stijve kop door wil zetten: ga je gang. En als je ermee zit, nou ... dan neem 'k 't altijd nog wel terug, hoor..." Ik zend het ding naar den Haag, spreek erover met den minister van toen, en t

Sluiten