Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ƒ 25.— de koelies worden betaald met ƒ 15.— of, zoo het Dajaks zijn, met ƒ 12.—, hoogstens ƒ 15.—, allen met den kost, waarvoor per man ongeveer ƒ 7.— uitgetrokken moet worden.

Indien de planter in het klein werkt zooals in Pamangkat, bezigt hij in den regel eigen kapitaal. Naar gelang van de gemaakte winst wordt dan langzamerhand de tuin uitgebreid. Overigens wordt het werkkapitaal geleend van een tauké of vermogenden Chinees. Gewoonlijk wordt dan een rente berekend van 3% per maand, terwijl de planter gehouden is alle benoodigdheden zoowel voedsel en kleeding als gereedschap aan te schaffen in de toko van den geldschieter. Elke tokohouder n.1. geeft, bij voldoende gegoedheid, gaarne voorschot aan den planter. De afbetaling van het geleende bedrag wordt meestal uitgesteld tot het tijdstip waarop de productie begint en geschiedt dan als regel in natura tegen den marktprijs. De rente wordt echter elke maand betaald.

Het terrein moet nu geschikt gemaakt worden tot het uitplanten der peperstekken. Daartoe wordt het daarop voorkomende bosch gekapt en verbrand, de overgebleven boomstronken en wortels worden verwijderd en het geheel omgewerkt, hetzij door tjangkoelen of door spitten. De planter zorgt er voor dat alle plantenwortels zooveel doenlijk worden verwijderd, opdat het schoonhouden der tuinen later met zoo weinig mogelijk moeite gepaard ga. Als regel wordt het terrein tot op ongeveer één voet diepte omgewerkt. Vervolgens laat men in het algemeen den grond een paar maanden braakliggen.

In de afdeeling Landak graaft men afvoergoten' van geringe diepte om het beplanten terrein.

Het plantverband blijkt in deze Residentie niet overal hetzelfde te zijn. In de afdeeling Landak is de vrije ruimte tusschen de planten het kleinst. Men plant daar op afstanden en tusschenruimten van één depa (± 1.70 M.). In de onder af deelingen Singkawang en Lara en Loemar neemt men daarvoor 2 M. en in de onderafdeelingen Sambas en Pamangkat 7 k 8 voet (2,10 a 2,40 M.). Algemeen worden ijzerhouten palen als steun voor de peperrank gebezigd. In de onderafdeeling Sambas worden deze ijzerhouten staken echter niet tegelijk met de peperstekken uitgezet; daar en op sommige plaatsen ook in Pamangkat worden voorloopige palen van lompong-, samak- of rasakhout gebezigd. Deze stokken hebben eene lengte van ongeveer 6 voet en zijn ± 5 c.M. dik. Zij worden door de definitieve ijzerhouten staken vervangen zoodra de rank 4 a 5 voet lang is geworden.

Voor de lengte der ijzerhouten staken worden verschillende maten opgegeven. In de afdeeling Landak wordt daarvoor genomen 2 depa boven den grond, d. i. dus 3,^0 M., terwijl in Lara em Loemar de geheele lengte van den staak ongeveer 2,50 M. bedraagt. De Dajaks leveren eerstge-

Sluiten