Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voet (1,80 M.) breed en diep zijn. Op deze hoofdparits loopen kleinere uit van 2 voet (0,60 M.) breedte en diepte, die om den tuin worden aangelegd. Op deze slooten komen nog kleinere parits van 1 voet breedte en diepte uit, die het water uit den tuin zelf afvoeren. Dit gotenstelsel moet behoorlijk worden schoongehouden en op tijd uitgediept, daar anders de peper in de drassige terreinen niet wil gedijen. Dergelijke waterleidingen worden niet aangetroffen in de onderafdeeling Serdang..

In laatstgenoemd bestuursressort kweekt men de jonge peperplanten somtijds uit zaad dat in kweekbeddingen wordt uitgelegd. Zijn de zaailingen voldoende ontwikkeld dan worden zij in de tuinen overgebracht. Ook worden hier, evenals in de Langkat'sche tuinen, stekken uitgeplant die van oude krachtige planten afkomstig zijn.

Deze stekken worden ongeveer 12 maanden na het plantep van de steunboomen in den regentijd uitgezet. Het eene uiteinde van de stek wordt in een daarvoor gereed gemaaktJtuiltje aan den voet van den dadap geplaatst en dit weder aangevuld met aarde. Men bedekt de stekken daarna met alang-alang, teneinde haar tegen te groote warmte te beschutten. De verschillende uitloopers (toenas), die uit de stek ontspruiten, worden, op een vier- of vijftal van de krachtigste na, weggenomen.

III. Werkzaamheden in de tuinen na den aanplant.

De werkzaamheden na den aanplant bestaan uit het verwijderen van onkruid, het snoeien van den dadap en het opbinden der ranken met behulp van een soort boomwortels (remidin). Deze werkzaamheden moeten regelmatig minstens eenmaal in de drie maanden plaats hebben. Daarbij zal men soms de opgeschoten alang-alang door omspitten van den grond moeten verwijderen. Ook het onderhoud der waterleidingen moet, zooals reeds hiervoor werd medegedeeld, met zorg geschieden.

In het vierde jaar na den aanplant begint de peperrank vrucht te dragen, de planter gaat zich dan in zijn tuin vestigen. Nog twee jaar later bereikt de tuin zijne volle productie, totdat 12 a 16 jaar na den aanplant de productie niet meer loonend is.

IV. Plu k.

Eenmaal per jaar gedurende de maanden Februari tot Mei zijn de vruchten voldoende rijp om geplukt te worden. Hangen de trossen te hoog om ze met de hand te bereiken, dan bezigt men ladders. De geplukte trossen worden in mandjes verzameld en bijeengebracht op eene zorgvuldig schoongemaakte open plek bij de woning van den planter.

V. Bereiding.

De geheele oogst wordt op zwarte peper verwerkt door de vruchten

Sluiten