Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het voorloopig bestuur over, en maakte daarvan melding in een op dien dag uitgevaardigde proclamatie. Het Algemeen Bestuur heeft aldus geregeerd van 21 November —6 December 1813, terwijl Willem I van 6 December 1813—29 Maart 1814. den datum waarop de Grondwet van kracht werd, als absoluut vorst de regeering in handen heeft gehad. Drie belangrijke besluiten in dat laatste tijdvak tot stand gekomen zijn: het besluit van 11 December 1813, houdende bepalingen ten aanzien der lijfstraffelijke rechtspleging, dat van 24 Januari 1814, waarbij de censuur werd afgeschaft en het besluit van 20 Maart 1814, houdende herstelling van de Wet op het lager onderwijs van 1806.

De Grondwet 1814.

Er moest dus een grondwet komen.

Daartoe benoemde Willem I den 21en December 1813 een staatscommissie, bestaande eerst uit 14, later uit 15 leden, belast met het maken van een ontwerp. Deze commissie zou desgewenscht bij deze taak tot leidraad nemen een schets, door G. K. van Hogendorp ontworpen.

Van Hogendorp, die reeds in 1812 voorzien had, dat het met de Fransche overheersching spoedig zou gedaan zijn, stelde in dat jaar een stuk op, getiteld „Schets van eene „Grondwet voor deVereenigde Nederlanden" Deze schets was gedateerd 1806. om bij een eventueele ontdekking door de Fransche politie, het te doen voorkomen, alsof ze gediend had als ontwerp-constitutie voor Lodewijk Napoleon.

Dit stuk nu is inderdaad door de commissie als leidraad genomen en het heeft een overwegenden invloed

') "Van Hogendorp had nog vóór dien tjjd 2 schetsen gemaakt n.1. één in 1795 en één in 1799—1801.

Sluiten