Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige verbetering niet mogelijk was zonder grondwetswijziging. Nadat een paar maal, doch vruchteloos, pogingen waren aangewend om aan genoemde bezwaren, hetzij met, hetzij zonder grondwetswijziging, tegemoet te komen, werd in 1883 een staatscommissie ingesteld om een herziening voor te bereiden. Deze commissie diende 25 Juni 1884 haar voorstellen in.

In dien tusschentijd deed zich evenwel eene omstandigheid voor, die eene onmiddellijke verwijdering uit de grondwet noodig maakte van de bepaling, dat geene verandering in de grondwet of in de erfopvolging gemaakt mocht worden gedurende een regentschap. Willem III had namelijk nog 2 kinderen, Wilhelmina en Alexander. De laatste overleed en daar de Koning al op leeftijd was en zijn spoedig overlijden niet onwaarschijnlijk, zou men, indien dat werkelijk gebeurde, voor een langdurig regentschap komen te staan, gedurende welk geene herziening zou kunnen plaats hebben. De bepaling is daarom in 1884 in dien zin gewijzigd, dat thans alleen tijdens een regentschap geen verandering in de troonopvolging mag worden gebracht.

18 Maart 1885 werden door de Regeering 12 wijzigingsontwerpen ingebracht, terwijl daarna nog, op aandrang der Anti-Revolutionairen en Katholieken, een voorstel betreffende het onderwijs daaraan werd toegevoegd.

Toen de Tweede Kamer overging tot de openbare beraadslaging, diende een der leden een voorstel in om met dat ontwerp betreffende het onderwijs te beginnen. Dit voorstel werd aangenomen en het gevolg was dat genoemd ontwerp werd verworpen. Daarop werd de Kamer ontbonden.

De nieuwe Kamer heeft de overige regeeringsontwerpen aangenomen, behalve dat betreffende den Godsdienst

Sluiten