Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid herkiezen. Deze bepaling is in het leven geroepen om de onafhankelijkheid der leden van de Staten-Generaal tegenover de Regeering te waarborgen.

Art. 97.

De leden der Staten-Generaal zijn niet geregtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.

De leden van de Staten-Generaal moeten natuurlijkin de vergadering vrij hun meening kunnen uiten, en kunnen niet, wegens beleedigingen bijv., voor den rechter gedaagd worden: zelfs is het onverschillig of een geuite beleediging al of niet in verband staat met het aan de orde zijnde onderwerp.

Men zie art. 47 Gem. Wet en ook artt. 55 en 57 R. v. 0. voor de Tweede Kamer.

Art. 98.

Elke Kamer onderzoekt de geloofsbrieven harer nieuw inkomende leden, en beslist de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelve oprijzen.

Een geloofsbrief is het proces-verbaal van candidaatstelling en c.q. dat van stemming en herstemming. Voor de leden der Eerste Kamer is de geloofsbrief een uittreksel uit de notulen van de vergadering der Prov. Staten, waarin zij benoemd zijn.

De Kamer kan dus een onderzoek instellen naar de verkiezing zelf. Heeft bij de stemming werkelijk een onregelmatigheid plaats gehad ten opzichte van de ingeleverde stembiljetten, dan gaat zij na of het verschil op den uitslag der stemming van invloed zou geweest zijn. Is dat niet het geval, dan wordt het lid, niettegenstaande die onregelmatigheid, toegelaten.

Sluiten