Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wacht uit de socialisatie een geheel nieuw zedelijk en geestelijk leven."

„Wie optreedt met zulk een program en dan de godsdienst ter zij laat — ook al bestrijdt hij hem niet — dus noch het licht noch de kracht van God behoeft voor de

totale vernieuwing van menschen en toestanden die is

ongodsdienstig". ') Hiervoor worden dan ook positieve uitingen ten bewijze bijgebracht, o. m. deze, dat de ofhciëele partij-resolutie in Nederland van 1897 over „godsdienst en sociaal-democratie" begint met de overweging, „dat het kerkgeloof thans nog door vele arbeiders wordt aangehangen."

Zooveel schemert hier toch reeds wel door, dat het begrijpelijk maakt, waarom Troelstra in 1902 verklaarde: „de arbeider, die vóór alles hangt aan zijn geloof, (zal) zich niet thuis gevoelen in onze beweging". 2)

Trouwens, er is meer.

De S. D. A. P. verraadt haar afkomst niet — of wel, al naar men het wenscht te nemen —. Reeds menig lezer zal zich bij Troelstra's officiëele toelichting de woorden van Marx en Engels uit Het communistisch Manifest herinnerd hebben:

„(De communisten) stellen geen bijzondere beginselen op, waarnaar zij de proletarische beweging willen modelleeren."3)

„De theoretische stellingen der communisten berusten volstrekt niet op ideeën, op de principes, die door den een of anderen wereldhervormer uitgevonden of ontdekt zijn.

„Zij zijn slechts de algemeene uitdrukking van feitelijke verhoudingen van bestaanden klassenstrijd, van een onder onze oogen gebeurende historische beweging".4)

') Christelijk-sociale studiën blz. 210—211.

2) Theorie en Beweging blz. 29.

3) Het communistisch Manifest, vert. H. Gorter, blz. 16. *) T. a. p.

2

Sluiten