Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en. hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden worden (I Corinthen II : 14)?

Daartegenover nu voor een oogenblik de onsterfelijke aanhef van Hegel's Vorlesungen über die Philosophie der Religion :

„Van den mensch als geest gaan de veelvoudige vormen der wetenschappen, kunsten, belangen van zijn politieke leven, verhoudingen, die op zijne vrijheid, op zijn wil betrokken zijn, uit. Maar alle deze menigvuldige vormen en verdere verwikkelingen der nienschelijke verhoudingen, werkzaamheden, genietingen, alles, wat waarde en achtbaarheid voor den mensch heeft, waarin hij zijn geluk, zijn roem en zijn trots zoekt, vindt zijn laatste middelpunt in den godsdienst, in de gedachte, het bewustzijn en gevoel van God. God is daarom het begin van alles en het einde van alles; zooals alles uit dit punt voortkomt, zoo gaat ook alles erin terug; en evenzoo is het 't midden, dat alles levend maakt, geest schenkt, en al die vormen in hunne existentie, ze onderhoudende, bezielt. In de religie stelt de mensch zich in betrekking tot dit middelpunt; en zijn geest, alle eindigheid te boven, erlangt de laatste bevrediging en bevrijding; want hier verhoudt zich de geest niet meer tot iets anders en beperkts, maar tot het Onbeperkte en Oneindige, waarom het een oneindige verhouding, een verhouding van vrijheid éh niet meer van afhankelijkheid is; zijn bewustzijn is volstrekt vrij en zelf waarachtig bewustzijn, omdat het bewustzijn der absolute Waarheid is. Als gevoel bepaald is deze verhouding der vrijheid de vreugde, die wij zaligheid noemen; als werkzaamheid doet ze niet anders dan de eer Gods manifesteeren en zijne heerlijkheid openbaren; en den mensch is het in deze verhouding niet meer om zichzelf te doen, om zijn belang, zijn ijdelheid, maar om het absolute doel. Alle volkeren weten, dat het religieuze bewustzijn dat is, waarin zij waarheid bezitten, en zij hebben

Sluiten