Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Menschenhaat kan die instemming verachten, — maar menschenhaat kunnen wij niet goedkeuren. In de behoefte aan waardeering ligt voor een deel een groot gevoel voor de gemeenschap, het besef, dat wij niet bestemd zijn om op onszelf te staan, maar om samen te leven en te arbeiden op deze aarde. En zoo algemeen die behoefte is, zoo sterk is zij ook: een volwassene beroept zich op de instemming zelfs van een kind.

Hieruit ontstaat voor iedereen een dure plicht. Wij dienen onze medemenschen te waardeeren — d. i. te eeren .naar hetgeen zij zijn. Allard Pierson heeft eens, in een voordracht over de welsprekendheid, gezegd: „De spreker heeft zooveel aan de aandacht zijner hoorders te danken. Hun aandacht maakt hem welsprekend." Die aandacht, die de hoorder voor den spreker heeft, moet ieder hebben voor de gaven van de menschen, met wie hij in betrekking staat. Zangers, dichters, schrijvers, arbeiden allen voor het schoone en goede, geven het beste wat zij hebben aan de menschen. Zij geven dat, hun lied, hun toespraak, hun schilderij, hun boek — en dan wordt het stil om hen heen, doodstil. Wat hebben zij nu uitgericht? De metselaar kan nog met zijn kind voorbij een huis wandelen en zeggen: „zie, dat geveltje heb ik gemetseld." Maar waar is het werk te zien, dat verricht is door wie arbeidt op geestelijk terrein ? Waar is het werk,

Sluiten