Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niale geesten, maar die zich op een of ander terrein niet betoomen. Dan roepen alle welmeenenden jammer, omdat de buitensporigheden op dit eene gebied den grooten en zegenrijken invloed van het genie krachteloos maken. Groote en blijvende invloed toch gaat alleen uit van harmonische persoonlijkheden, en geen harmonie is in het leven desgenen, die zichzelf niet aan grenzen bindt.

Twee vragen dient iedereen zich te stellen, zich voortdurend te stellen, zich te stellen bij elke handeling en op ieder gebied.

Vooreerst deze: hoever mag ik gaan ? De ambtenaar, die zich deze vraag ernstig stelt, gaat nimmer zijn bevoegdheid te buiten. Aan vernederingen van schuldeischers is hij nooit blootgesteld, die in zijn uitgaven met deze vraag getrouwelijk rekening hield. Geen onbekookte, geen onhebbelijke, geen onheusche woorden komen over de lippen, ook van den driftigsten en benepensten aller egoïsten, indien hij deze vraag maar als een wacht plaatst voor zijne lippen. Kortom — want de schrandere lezer kan dit onderwerp gemakkelijk zelf uitwerken — wie zich tot gewoonte maakt vóór hij handelt eerst te bepalen tot hoever hij gaan mag, die bewaart zichzelf voor allerlei onheil. Hij bewaart zich voor het ontvangen van een wenk, — en het ontvangen van een wenk is altijd pijnlijk, hetzij die

Sluiten