Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wijsheid der volken, die is neergelegd in de spreekwoorden, de ondervinding heter leermeesteres heeft genoemd dan de verbeelding. Toen Jozef II eens incognito een bezoek bracht bij een hooggeplaatst persoon, liet men hem eerst na een uur toe. „Nu heb ik" — zoo sprak hij — „geleerd nooit iemand te laten wachten. Ik wist niet dat wachten zoo onaangenaam was."

We schijnen eerst zelf elke soort van leed te moeten ondervinden, voor we ten opzichte van dat leed denken aan een ander. Weinigen slechts denken daaraan zonder die leerschool te hebben doorgemaakt. En met een weinig goeden wil zou dat toch wel kunnen.

Of is het zoo moeilijk, als we op het punt staan onze ondergeschikten te berispen, in tegenwoordigheid van hun gelijken of van wie ondergeschikt zijn aan hen

— ons eens te stellen in hunne plaats ? Zoo moeielijk,

— om nog eens van „wachten" te gewagen, — ons te denken in de plaats van den barbier, den bode, den bediende, den koetsier, dien we wachten laten zonder noodzaak, en dien we daardoor tijd ontstelen en een van de vervelendste gewaarwordingen bezorgen? Zoo moeielijk ons te verplaatsen in den toestand van wie ons een gunst komt vragen, en vooral in zijn toestand, toen hij tot het gaan vragen zich vermande?

Sans pitié! — zoo noemen de volwassenen de kinderen. Is die volwassen wereld dan beter? Denkt zij ooit — zij, die zoo hard in haar oordeel is — denkt zij ooit

Sluiten