Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kardinaal:

De Kerk, mijn zoon, zal in grootmoed u aanvaarden Nu gij zijt weergekeerd tot Haar genadebrood!

Bisschop:

Hosanna! in Hemel en op Aarde

Dat gij zijt weergekeerd tot aller Moeder schoot!

Reinout Palster: (hen doordringend-fel aanziend).

Ik dank u, Oversten der Kerk,

Doch weet, wen onze Heiland keert.

En brengen zal een Nieuwe Kerk,

Hij eerder uwen bijstand weert

Dan gij de Moslems doet in uw belijden 1

En aan Zijn Tafel zal de heiden

Rechts en gij aant knecht-eind zitten

Zoo gij verblijft in uwe hitte

Van wreed vervolgen

{De Kardinaal keert zich af, en de bisschop volgt hem honds-gedwee).

Reinout Palster: (hen spijtig naziend).

Zoo splijt verbolgen De eendracht, als amper is begonnen Het groote Werk — uit welke sterke bronnen Moet wel de mensch zijn liefde voeden Dat hij zich toevertrouwt aan Godes hoede En minste zijn wil onder zijne broeders! Koning Amfortas: Zoo wil ik zijn in vurig heilsbegeeren En laat van u ik dezen deemoed leeren, Opdat in Christus' naam ik dien mijn land en volk, Word' van hun nood bij God de vrome tolk!

Sluiten