Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diets gewaad aantrok, zat het disputeren reeds — men denke aan Maerlants quod-libets — in de lucht. Het schoonste, wat Torec te zien kreeg, mochten kristallen en marmeren burchten met edele jonkvrouwen zijn, het beste wat hij te horen kreeg, zou moeten zijn wijsheid over het verval van de wereld ; wijsheid over de deugden die men had te betrachten, om wijs te leven, en niet te gronde te gaan. En zo hebben dan ook de lezers datgene, wat er in de, alleen voor de sterveling Torec bereikbare tempel der wijsheid wordt besproken en geoordeeld, te aanvaarden als een „ jugement" van 't hoogste gewicht. Het doet er natuurlik niet toe, dat de kwesties die worden opgeworpen en toegelicht, onopgeloste vraagstukken blijven. Hield de praktijk van 't leven ooit op, de vragen opnieuw te stellen ? Zo wordt het probleem toegelicht, of de hoge heren wel het recht hebben, van het mindere volk te eisen, dat het zichzelf zal kastijden •mdat het van de deugd is afgedwaald ; of wel veeleer in aanmerking moet worden genomen, dat het juist het ganse mensdom is, dat van de goede weg is afgeweken ; en zo hij die anderen wil leiden, zelf reeds blind is, niet zal bemerken dat leidsman en volgeling beide, in de afgrond storten! Er wordt gevraagd, wat of het beste in staat is, de wereld ■te zegenen : hoofsheid en mildheid, of dapperheid en bezadigdheid, met het: „houd maat in alles," tot oplossing ; er wordt geklaagd over de macht van 't geld, en over het lot der armen1). Van al deze punten, — uitgenomen de overigens generale kwestie, wat meer waarde heeft: vrouwenliefde of maagdenliefde, —< is de ridderwereld het middelpunt. Ongetwijfeld lagen op de bodem van 't hart van de 13de eeuwse Westerse ridderschap, die wij uit hun romanties bewerkte legenden als nutteloos vechtende en dolende wezens menen te moeten beschouwen, een vaste overtuiging, dat de beste eigenschappen van de mensheid gevaar lopen te verdwijnen, zo niet de vorsten en de edelen, — want ook dit besef is bij hen sterk, — zich hun roeping bewust voelen, dat zij de mensheid tot hun oorspronkelike reinheid hebben terug te brengen.

') vs. 2390—2599.

Sluiten