Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hebt beweerd: Percheval moest mee, of hij wilde of niet; „en Percheval heeft je voor je snoevende taal toen van je „paard laten tuimelen !...."x)

Maar nu komt Walewein voor, en deze is 't die Percheval zou wensen over te halen, om weer mee te komen naar 't hof2). En ook Lancelot biedt zich aan3); en zo geschiedt het, dat deze beide ridders, de bloem van 's Konings adel, van 's Konings hof op weg gaan, om de ronddolende gunsteling weer op te sporen en Artur met diens wederverschijning te verblijden.

De vraag is gewettigd, of Perchevals terugkomst een gewenste zaak is.

Aan 't Koninlik hof kan hij niet, zoals hij op zijn zwerftochten pleegt te doen, tuchteloze rovers verslaan en tot hun boetedoening naar koning Artur opzenden.

Daargelaten nog, dat het met zijn terugkomst eveneens gedaan zal zijn met het zoeken naar de Speer en de Heilige Graak

En 't kwaad tegen te gaan, en heilige werken te ondernemen, is, zou men zonder nadere kennisneming van de meer verborgen motieven mogen oordelen, — een beter werk dan stil te zitten en uitsluitend de Koning te dienen !

Tót nadere toelichting moge strekken, dat op het ogenblik dat Arturs paladijnen Lancelot en Walewein de speurtocht naar Percheval beginnen, deze het zoeken naar de Graal er aan heeft gegeven. Hij blijkt niet de smetteloosheid te bezitten, die aan de zoekers van dit heiligdom als een onafwijsbare eis is gesteld. Als jongeling was hij naar het hof van Artur getrokken, en had hij zijn moeder van hartzeer over de scheiding laten verkommeren4). Zo was zijn heengaan haar dood geweest, en die dood werd hem tot een vlek. Hij kreeg dan ook op zijn tocht een „visioen," 5) en „een vroede clerc," die hem deze verschijning verklaarde, gaf hem dan ook de wijze raad, om voortaan door een vromer leven datgene wat hij misdaan had, te beteren. Om die

») vs. 261—285. J) vs. 286—347. J) vs. 348—387.

') vs. 3060—3081. 5) vs. 3739—3813.

Sluiten