Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glorie zouden uitlopen, liet Hij de geschiedenis der volkeren beschrijven met zuiver menselike handelingen en zuiver menselike hartstochten. Voor deze nuchtere en diep gelovige mannen werd dit soort overdwaalse en meitastbaar paganisties materiaal ondermengde ridder-epiek, door de ondeugden van zijn deugden, een onmogelikheid, iets onnoemeliks, een foetus.

De aanleiding tot Waleweins tocht is' deze : Koning Artur zit met zijn hofridders bijeen te Kardoel, 't Is na den eten. Daar komt een kostbaar schaakspel het venster binnenzweven, en daalt op de grond. Het blad is van ievoor, de voetjes van goud, de nagels van zilver, en de stenen zijn kostbaarder dan de waarde van Artur's koninkrijk. Een ogenblik ligt het stil, dan zweeft het omhoog en verdwijnt weer. Dit nu, dat het schone schaakbord niet langer verkiest bij de Koning te toeven, prikkelt de trots van Artur. „Wie dat schaakspel hier terughaalt," roept hij : „krijgt na mijn dood mijn land en mijn kroon !" Maar de edelen verroeren zich niet. „Wie een goed ridder „wil heten, moet mij dit schaakspel halen," maant hij nog eens. Doch allen zwijgen. „Dan haal ik het zelf !" beslist de vorst. Maar Walewein, die altijd de voortreffelikste onder de ridders geweest is, schaamde er zich over, dat er zich niemand aanbiedt, en meent nog eens te moeten vragen. „Heb ik, o koning, uw belofte goed verstaan ?" „Ja," bevestigt de koning, „mijn land en mijn kroon zijn na mijn „dood voor hem die mij dat schaakspel terughaalt!" Met dit gevolg, dat Walewein zich gaat wapenen voor de speurtocht ; hij bestijgt zijn geliefkoosd paard Gringolet, zegent zich en neemt afscheid. Allen roepen ze Gods bescherming over hem in, en ieder heeft een woord voor hem over, als hij wegrijdt. De koning roept : j,Wees voorzichtig, en houd „u uit de onmiddellike nabijheid van dit wonderbord !" De ridders voegen er aan toe: „Laat hij oppassen; zo het „slecht afloopt, moge hij het aan zich zelve wijten; hij, die „altijd meer aandurft dan een ander!" Keije roept smalend uit 't venster : „Walewein, had je er maar bijtijds een draad „aan gebonden, dan had je het nog ! Maar, inmiddels, haast „je, man, 't bord wacht op je ... 1" Maar Walewein roept

Sluiten