Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld. Tans roept nu mijn Vader in de Hemel, om met hem "het lot der mensen en der onzienlike dingen te besturen. "En nu ginds de strijd staat aan te breken tegen de helse "machten, wier mening is dat Jupiter, van grijsheid, de „hemel niet meer kan regeren, nu roept men mij, en ik m „haastelik komen'."1) ^ .

Zij die kennis nemen van de Kruis-legende2), kunr opmerken, dat de sage op haar tocht van 't Oosten naar 1 Westen, aan de kust der Noordzee gekomen, door het v

breden en het onderstrepen aer moueveu, w n<**i «■

Wil zien het hier weer, nu Maerlant de Chnstelik-ascetiese grondtoon van ,,'t kleinste 't beste" in dit koninklik ridder-epos herhaalt en verwekt.

Maar we zien nog iets meer.

Het Westen heeft steeds het Oosten slecht begrepen, en, in stee van met de meteoren, zich met de gevallen scherven verblijd. ■• ± a

Doch hier, in de Nederlandse roman, al zij het dan ook dat in 't verhaal, dat door zijn gerektheid en zijn compilatoriese aanlig de bewerker schier te machtig geworden is, twe^egen elkaar opgevoerde strekkingen als twee hoge golven tegen elkaar uiteenspatten, weerkaatst toch, als een mystieke stem, als een nagalm, de oude oosterse zin ) van de sage : ■iMïïl ' „ . ,. '1

„Ziet, God heeft Zijn zoon gezonden om t Roomse Godsrijk op aarde te stichten l"

In onze Middelnederlandse roman, komt de óf allegoriese óf in oorsprong apocalyptiese betekenis van de Alexandersage, de algemeen histories-filosofiese, en bij Gauthier terug te vinden, Middeleeuwse opvatting het Alexanderepos schragen. Terwijl de onder wondertekenen aangekondigde en in 't leven geroepen held, door zijn eigen vast geloof aan zijn Hemelse afkomst de juiste zin geeft aan zijn histories optreden als wrekende arm van de Goddelike

') X vs. 1375—1412.

') Zie Taal en Letteren 1897. afl. VI.

s) Bij Firdusi is Alexander Christus, enkoning van Rome.

Sluiten