Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Elck man sie om sijn bederve." Doch deze aardling is te hoog geklommen, om de weg te onderkennen, waarheen zijn voeten hem moeten leiden. Zijn eigen vorstelike wil richt zich naar zijn ondergang1). De nevel der zelfbedwelming omvangt hem ; en, tartende hemel en aarde, braveert hij in zijn Waan :

„Wat maalt het mij, om lang te leven, en 't aardse goed „te bezitten ! .....

„Niet bij de jaren toch tel ik mijn leven, maar bij mijn viktories !

„Wat ik alleen begeer, is roem bij 't nageslacht 1"

„Wat geeft me Europa en Azië, een wereldje, dat zo gauw uit is ! •£•{■•» Jni

„Ik toon u een andere wereld, waar 't zonlicht m 't Westen verschijnt!

„Uw schrik en ontzetting ... . ? Eén teken, en nieuwe „volken knielen verbaasd aan mijn voeten 1

„Maar hem, die me volgt, ontdek ik tot loon het Mysterie der Schepping l"a)

Wie zo durft spreken, is reddeloos weg. Hij mag nog alleen de streken gaan bezoeken, die alleen Bacchus en Herkules hebben doorzworven ; hij mag de hoofdeloze Lemnes onderwerpen, het eiland „Crisa" bereiken, de Ichtyofagen, de Gymnosofisten, de twaalf el lange Macrobienen, en hoe verder deze merkwaardige fabelachtige stammen mogen heten, onderwerpen, — wie veroordeeld is zijn vonnis van de Paradijsmuur te vernemen, moet ver van huis, en wie verre reizen doet, kan veel beleven en nog meer verhalen. Doch deze excursie door 't fabelland is ook het galgemaal aan de tafel des ijdelen roems. Terwijl de Wereldveroveraar, zijn snelle schreden naar de afgrond richt van zijn ephemerieden-bestaan, worden de punten van beschuldiging tegen deze afkeuringswaardige incarnatie van on-menselike Overdwaalsheid opgemaakt, 't Is de gekwetste „Natuur" zelf, die van geen sterfelik wezen de bewering kan dulden, dat

') Zie ook in de waarschuwende woorden van Craterusen de zijnen: IX, vs. .1062—1104. ») IX, vs. 1105—1154.

Sluiten