Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vanbinnen net eender is, die d'r hele zieltje daar bloot op d'r handen legt1).

De goede dichter is als 'n simpele reporter van z'n eigen zieleleven. De krant vraagt 'n trouw verslag ; presiesheid is de grootste deugd der verslaggevers. En ook van de dichters. Ze moeten zich over zichzelf heenbuigen, zich waarnemen met rustige nauwkeurigheid, en zich dan uittekenen, simpel en eenvoudig. En als ze dan mooi zijn van d'r eigen, dan zal de literatuur waarin ze zichzelf uitbeelden, ook mooi wezen.

* * *

Wat willen wij op de Hogere Burgerschool en 't Gymnasium met 't Literatuuronderwijs ? Véél dingen willen we, maar op de eerste plaats : betere mensen maken van de jongens, ze verfijnen, zoveel 't kan, door omgang met de dichters. De leraar tracht de zielen der jongens in aanraking te brengen met 't gemoed van de kunstenaars. Wie dat 't best kan, is de beste literatuur-leraar, al halen z'n jongens op 't eksamen misschien lage sijfers.

Och : literatuur is zo weinig „leervak". En toch mag ze wel „studie" heten. Maar dan : studie-in-liefde.

Er is 'n studie die de mens geestelik en lichamelik uitdroogt. Ik ken ze, die mannen met hun geel rimpelig gezicht. Wat scherpe lijnen zijn er in gesneden door honderden uren van liefdeloze arbeid. Hun vel voelt droog en hard, hun oog kijkt dof, hun stem klinkt mat. Ze zijn verstudeerd.

Dat zijn geen literatuur-mensen. Ze begrijpen 't „vak" alleen als historie, als biografie en bibliografie.

„Wanneer is dat stuk voor 't eerst opgevoerd ?" „Is het later nog dikwels gespeeld ?" „Is 't geheel oorspronkelik ?" „Waarom gaf de schrijver het die titel ?" Waarom dit ? Waarom dat ? Honderd wetenswaardigheden en scherpzinnigheden, interessante eksamen-dingetjes, weet de geleerde literator te vragen en te vertellen ; juist van die dingen, welke mensen met 'n dor gemoed en weinig

') Gezelle: Oneigene.

Sluiten