Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

logie, over welk vak ook, zelfs over Letterkunde, mits die maar als vak wordt behandeld, maar de Levende Literatuur, daar staan ze buiten, niet alleen als scheppend auteur, maar ook als kriticus.

Huet voelde de juiste waarde van deze auteur niet. Potgieter wel. Deze zei, dat het boek meer waarde had, dan honderd Kerkbodes. Ik geloof niet, dat de Oude Heer het zo bedoeld heeft, maar die vergelijking is op zichzelf reeds een fijne kritiek. En wat was de deugd der Pastorie, zei hij ? Ze was „leven- en liefdewekkend." Presies. En daarmee zette hij het boek ook buiten de Literatuur.

8. Dat oude Dorp.

Vier en zestig jaar geleden werd dat boek gedrukt. Alles is erg veranderd sinds die tijd, zo al niet in wezen, dan toch in ui ter lik of in naam.

_ De vrouw van de dominee heette toen nog „juffrouw," die van de onderwijzer of het hoofd der school: „maitres," de leden van de raad waren „schepenen" en de wethouders „assessoren." De dorpsdokter heette „meester," en de arme mensen raakten toen hun spaarpenningen kwijt met „meesteren," zoals tans met dokteren. Er waren dus drie meesters op het dorp, de burgervader meegerekend. „Schoolmeester" was toen geen schimpend woord, maar een eerzame vaknaam.

Meester Herman Baljon, die Van Koetsveld beschrijft, was toen al ouderwets. Hij ging des Zondags het gezangbriefje halen bij dominee, bracht het glas water op de preekstoel en „stelde ook door de week er zich eene eer in, als hij den predikant kleine diensten konde bewijzen." De schrijver der Pastorie vindt dat behoorlik. Hij meent, dat wel het onderwijs opgevoerd moet worden, maar dat de onderwijzers mannen dienden te blijven van de soort van Meester Baljon „die zich diep ter neder boog voor ieder' aankomend' leeraar ; die zelf het kerkhof opharkte, terwijl zijne vrouw het stof van de kerkstoelen veegde." Deze stilzwijgend erkende meerderheid maakte dominee niet hoogmoedig, zegt hij zelf. Nu, dat hoefde ook niet ; hij was 't al genoeg. Als Meester de kinderen uit school laat gaan, verzuimt hij nooit, te buigen tegen het domi-

Sluiten