Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

examen" een erepenning om de hals' werd gehangen ; toen een ontevreden mens sprak van „onze woelzieke tijden," en een ouderwets man schimpte op „onze liberale tijden" ; kortom, het was in het jaar 1821.

De Maatschappij tot Nut bloeide ; alle veertien dagen werden er in een kleinstads departement éen verhandeling en twee of drie bijdragen geleverd, zodat een getrouw lid er omtrent honderd in het jaar kon genieten. Men sprak voor de boeren van Pythagoras, en droeg in een vergadering van kruideniers, timmerlieden en metselaars de „theorie van het schoone en het verhevene" voor. Elke verhandeling moest hare behoorlike lengte hebben ; ze moest uit een inleiding en enige delen en onderdelen bestaan, b.v. uit drie delen, en elk deel weer uit drie onderdelen. Wie over de Waarde der Gezondheid wilde handelen, sprak eerst over de Gezondheid, dan over de Waarde, en dan over de Waarde van de Gezondheid. Ook kon hij eerst over de Waarde spreken en dan over de Gezondheid : dat maakte een groot verschil.

Bovendien waren de vele leesgezelschappen een zéker débouché voor prulwerken, en dat alles veroorzaakte een „algemeene slaperigheid en tijdverveling."

2. De Schrijver.

In die dagen en onder die omstandigheden schreef J acob Vosmaer een zonderling boekje, geheten : Het Leven en de Wandelingen van Meester Maarten Vroeg, waaraan ik al de voorgaande bizonderheden heb ontleend, zo woordelik als het kon. Het verscheen voor het eerst in de Vaderlandsche Letteroefeningen van 1821 en '22. De schrijver stierf in 1824, en in 1826 verscheen zijn Nageiaten en Verspreide Letter-Arbeid, waar ook Meester Maarten Vroeg toe behoorde, in twee deeltjes: in 1830 werden deze herdrukt.l)

i) Afzonderlike uitgaven van Meester Maarten: te Haarlem in 1852, te Arnhem in 1872, en in 1892 in het Klassiek Letterkundig Panthéon met Inleiding en Aanteekeningen van Dr. P. F o 0 k e n s. J 0 n c k b I 0 e t, en met hem Dr. F o 0 k e n s , geeft als geboorte- en sterfjaren 1780 en 1834* In het Biographisch Woordenboek van J. G. Frederiks en F. Jos. van

Sluiten