Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een grote planeet, en in de tijden van verval zijn ze als asteroïden waarin 'n grote planeet uiteen is gespat en die nu samen door de ruimte zweven, met hun velen tellend voor 'n eenheid.

Wat in 't verleden is ontstaan in individuele groei, dat wordt bij hen cliché. Wat van de enkelingen op de menigte overgaat, verstijft altijd tot cliché. De godsdienst wordt cliché, de wijsheid, deugd, poëzie, ook handel, nijverheid. Alles.

Aldus ontstaat in de literatuur de retoriek. Dat zijn de wafelijzers waarin, op de kermis der ijdelheid, de kleine luiden het dunne deeg hunner sentimentjes gieten.

Alle tijden van bloei hebben hun eigen oorspronkelike retoriek. De cliché's van 't voorgeslacht zijn dan stuk geslagen, en de vernieuwde zielen maken nieuwe vormen.

De historiese studie der literatuur leert echter in de verouderde vormen toch het jonge leven van weleer mee te voelen. Maar zonder historie wordt men monomaan en gelooft dat alle geestelikheid 'n zegen is van de moderniteit.

Met deze en soortgelijke gedachten komen onze jongelieden in aanraking bij de histories-biografiese behandeling onzer letterkunde. Wandelend met de leraar van de middeleeuwen tot in onze tijd, krijgen zij allerlei blikken en perspectieven die hun denken verruimen voor heel hun leven.

Maar ook zonder 't historiese is 't bespreken van zovele verschillende karakters van buitengewone waarde.

Kijk eens, daar 'hebt ge Coornhert, 'n man om verliefd op te wezen : strijdbaar als 'n haan, maar ook verdraagzaam, waarachtig Christen, filozofiese kop, zacht en hard beide, bezield met de geest die leeft in heiligen en martelaars.

Daar is Vondel, edelmoedig, grootmoedig, zelfopofferend ; de zachte innigheid van de Katholieke mystiek in zich verenigend met de brutale stoutheid van 'n watergeus ; 'n heerlik voorbeeld, wat kind er geboren kan worden als Viaamse en Hollandse geest zich verenigen.

Sluiten