Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen het einde van den oorlog, toen het Spanje steeds minder voorspoedig ging, komt het type van den winderigen Spaanschen kalen edelman op, in een wijden mantel, met pluimhoed en opgedraaide snorren. Don de Calebassa heet hij soms. Deze figuur is echter waarschijnlijk geïnspireerd op den Spanjaard dien wij in den zelfden tijd in Fransche prenten aantreffen. De zeer droge graveermanier heeft het koddige, dat misschien in de teekening was, vrijwel verdonkeremaand.

Ik ben over de Hollandsche spotprenten, zooals ze dan zijn, van dezen eersten tijd, tamelijk uitvoerig geweest. Niet altijd met eerbiedige uitvoerigheid. Het is de moeite waard, vast te stellen dat er in de eerste helft der 17e eeuw een spotprentkunst bestaat, die, hoe zij dan ook wezen mag, die van Romeyn de Hooghe, en daarmee ook de Fransche en Engelsche van de 18e eeuw voorbereidt. Haar ongeluk is, dat ze bediend wordt bij gelegenheden, enkel „als hors d'oeuvre", door graveurs, gewoon bijbelsche voorstellingen, landschappen en stadsgezichten of hoogstens allegorieën te graveeren of vaak slechts reproduceerend werkzaam te zijn. De Hollandsche spotprent tot het midden der 17e eeuw (s niet minder waard dan de Fransche, maar ze heeft als deze, geen eigen beoefenaars, en daardoor vertoont ze geen eigen trant, geen eigen karakter.

Als eerste schilder met daarvoor in het bijzonder aangewezen aard, als eerste die door zijn kijk op het leven tot spot geneigd en tot spot bekwaam lijkt (als men het twijfelachtige geval van van der Venne uitzondert) ontmoet men in de politieke spotprentkunst — een enkel maal slechts — Pieter Quast.

Deze wel echt-Hollandsche schilder, navolger van Adriaen Brouwer, doch zonder diens psychologische fijnheid en dramatischen zin, was ondanks de platheid — men is zelfs

Sluiten